Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 517 3

Misfive van den 10 der voorleeden Maand te melden; neem ik de vryheid uw het andwoord van voorn. Comrnisfaris Fasmer toe te dienen. Indien het my vergunt is omtrend het daar in aangehaalde eenige "^«V^S^.SL wn " moet ik bekennen, dat zoo haar Hoog Mog. by Hoogstdewelver Refolutie van deu 10 February voorfz. blyven perfisteeren, voorn. Comrnisfaris Fasmer nog zeer lange, en mogelyk wel voor altoos van zyne verfchooten gelden yerftooken zal blyven, dtar hy zig immers in geene procedures met de Reeders kan inlaten , en deeze van voorfz. Haar Hoog Mog. refoluue onderngt zynde, goedwillig tot geene betalinge te brengen zullen zyn, terwylen alle zulke demarches de uitgaven vermeerderen, en eindelyk dog maar of tot befwaar van hem Fasmer of van den Lande zouden koomen.

Set komt my alzo voor, wanneer Haar Hoog Mogende den Comrnisfaris Fasmer in de fchade die hy reeds gehad heeft, door het lange wagten naar het rembours zyner uitgefchooten penningen, te gemoet wilden komen, Hoogstoezelven my bloot dienden te Authorifeeren, de voorfz. verfchotten in myne eerst komende Declaratie te mogen brengen. Deeze zyn behoorlyk ,?efpecificeerd en met de quitantien voorfien, welke reekeningen onder my berusten, en die ik vervolgens by myne declaratie zal overleeveren.

Heil en Broederfchap !

Copenhagen den 7 Nov.

i795. (Was geteekend,)

Het eerfte Jaar der Ba-

taaffche Vryheid. Bangeman Hmgens.

B Y L A G E N.

Extract uit een Brief van den Comrnisfaris

H. J. Fasmer. Aan den Secretaris Bangeman Huigens.

Bergen den %\ O&ober 1795.

«.

Medeburger'.

Den goeden ontfangst van UEd. Brief van 10 deefer, te gelyk daarby gevolgde refolutie van Haar Hoog Mog. toond deeze. v oor haar Hoog Mog heb ik my befwaard weegens myn nïtgefchoorene sreld, engebeeden, dat dezelve my mogt uitbetaald werden, zonder dat ik het eerst van de Reeders zoek, zoo als my billyk fchynt; zo verre ik van Holland woone en zoude al eevenwel daar procedeeren, welke lange tyd zoude dat niet uitnaaien, en wat zoude 't effect daar van anders blyven, als het teegenswoordis is, zoo dat de Reeders niet willen betalen. Ik wil met Eede getuigen dat aeen enkelde duit is uitgefchooten, of die zyn uitbetaald, aan de armfte Krwseevangenen, voor eeten en de noodwendigfte kleederen, kan ik dat verdragen , Hollandfche Luiden zoude op de ftraat gaan te verhongeren of doot vriezen by manquement, al eevenwel ik Hollandfe Conful was, zulks waseen fchande'voor het Menschdom , en ftemt niet over een, met de teegenswoordige " principen, maar Menfchen zyn Menfchen en moeten niec als beesten getracteerd worden.

Ik vertrouwe nu aan UEd., inziet myn zaak, dat ik regt neb.

(Was getekend,)

H. J. Fasmer.

Waarop gedelibereerd zynde, hebben de Gecommitteerden van Holland, d{ voorfchreeve Misfive en Bylaage Copielyk overgenoomen, om in den haarei breeder gecommuniceerd te worden.

Pppppp waar

20 November 1795.

Sluiten