Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 240 )

IX. By aldien een Schip, met eenige deezer Waaren geladen, een Zeehaven uitvaart, met intentie om wederom een ander Haven in deeze Provincie met dezelve last binnen tevaaren, zal niet te min op de Haven van den uitvaart het Pasfagegeld moeten betalen en een Blanche neemen , dog zal op vertoonde Blanche aan den Collecteur der plaatze van den invaart het betaalde wederom te rug ontvangen.

X. Die weigeragtig is deezen Impost te betalen, of dezelve zoekt te fraudeeren, zal t'elkens (exempt nogthans de Schepen met Schaapen of Duiven Mest geladen, waar omtrent Art. III. is voorzien) vervallen in de boete van het twintig voud van 't beloop van den Impost, dien hy weigert te betalen of zoekt te fraudeeren, en alzoo yder geweigerde of gefraudeerde Stuiver met een Gulden te boeten; boven welks de Beesten en andere deezen Impost fubjecte Waaren wel niet zullen worden geconfïsqueert, maar evenwel voor de boete en alle te vallene Kosten weezen verbonden en Executabel.

XI. De Calange dies zal koomen aan den Officier en Magiftraat der plaatze van de Overtredinge, om daar over de plano en zonder forme van Proces Regt te fpreeken.

XII. De boete zal egaal verdeelt worden, tusfchen den Officier en Aanbrenger, uitgezondert het geval van Art. III. reeds vermeld.

XIII. De Collecteurs van dit Middel, zullen

door

Sluiten