Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io GODSDIENSTIGE

De

ChristIijke

GODSDIENST

zenthalve heeft doorgebragt. Wij hebben hem verzeld tot aan het vernederendfle tijdperk, te weeten de van eenfehciding van zijne twee weezenlijke declen , de " Ziel en het Lichaam, en tot op den tijd dat zij beiden keerden na hunne bevoegde vcrblijfplaatzen. Thans zijn wij tot zijne Verhooging genaderd. Die zon der Geregtigheid, welke beneveld cn duister onderging, kwam met luister en heerlijkheid te voorfchijn. De aarde kon zijn lichaam niet behouden , noch de verzamelplaats der afgefchcidene geesten zijne ziel, maar elk haarer was verpligt zijnen prooi over tc geeven. Van ouds was het voorzegd, dat dc zon der Geregtighcid zou te voorfchijn treeden met gencczing onder haare vleugelen. Dit wierdt in den volkomenften zin vervuld, ten tijde als onze Zaligmaakcr uit het Graf verrees. Hij zegepraalde over dc magt van Dood en Helle; hij leide de Gevangenis gevangen, endcelde gaaven uit aan de menfehen, zelf aarr de ongchoorzaamen, op dat GODdeHeere onder hen mogt wooncn.

Doch al wederom vraagen hier de Ongeloovigen waarom Christus, naa zijne x'errijzenis , zich niet openlijk vertoond hebbe aan de hoofden des Joodfchen volks, welke hem als eenen Verleider veroordeeld hadden? Het antwoord hierop biedt zich gcreedlijk aan; zij waren zulk eenergunfte onwaardig; zij hadden de klaarblijkelijkheid hunner eigen zintuigen verworpen, geduurende den tijd , in welken hij dagelijks wonderwerken onder hen venïgtte.

En

Sluiten