Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 49,5

en het lichaam door pilaaren onderfèeund of door metzelwerk worden aangevuld. Langs niet minder dan drie trappen mag men op het altaar klimmen, van gehouwen of gebakken fteenen gemaakt; met een vloerkleed of tapijt moeten deeze trappen belegd worden. De altaarbediende moet zorge draagen dat over het altaar een. fijn kleed gefpreid worde. Met de uiterfte naauwkeurigheid moet dit alles worden in agt genomen ten aanzien van het groot altaar, op hetwelk doorgaans het lichaam van christus ter bewaaringe wordt weggelegd; twee altaarbedienden moeten hetzelve vertieren, en daarvoor zorgen. Om geene reden, hoe genaamd mogen zij het altaar naderen, ten zij gekleed in hunne witte koorhembden.

Zodra zij het altaar zijn genaderd, moeten zij nederknielcn, het heilige Sakrament aanbidden, en eenige korte fchietgebeden doen; bijzonderlijk en bovenal moeten zij dat alles in agt neemen, zo dikmaals de altaarficraadjen veranderd worden. Wanneer dit gefchiedt, en het gebeurt zeer dikwyls, moeten de altaarbedienden zorgvuldig het ftof wegveegen, eer zij de ficraaden, voor den dag gefchikt, aldaar plaatzen. Het kleed of tapyt, 't welk op de tafel legt, moet in de gedaante van een kruis geplooid worden; twee boeken moeten tot op den grond, en de twee andere flegts ter halverwege nederbangen. Alles moet gezegend, met het kruis getekend en met gewijd water befprengd

GEWOONTEN en

PLEGTIGHEDEN.

Sluiten