Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. tS

uwe gedagten , en mijne wegen zijn niet uwe wtgen. 't Gaat vast , dat der Godlij ke Alraagt geene paaien kunnen gefield worden; en 't is godslastering, indien de menfehen de Godlijke volmaaktheden binnen zekere grfensfeheidingen omheinen. Onze Opperfte Lceraar zegt : Bid, en u zal gegeevtn worden; zoek, en gij zult vindenj klop, en u zal open gedaan worden. En de Profeet jesaia gebruikt deeze bemoedigende taal: De zondaar verlaat e zijnen weg, en de ongeregtigc man zijne gedagten, en hij bekeere zich tot den lïeere: zo zal hij zich zijns ontfermen.Deeze en vcele andere uitdrukkingen der gewijde Schriften,fchijnen geenenden minfteq twijfel , ten opzigtc van de oprechtgezindheid van den Godlijken wille, aan te kondigen.

Nogthans worden , ter handhaavinge dei gevoelens van augustinus, en zijnen rmavoiger k >\ l vinus, eenige tegen werpingen aangevoerd. Dus bedient men zich , onder andere, van het zeggen van c li r i s t u s : Niemand kan tot mij koomen , 't en zij de Vader , die mij gezonden heeft, hen trekke. Volgens ons nederig gevoelen , want wij zoeken niet het iemand op tc dringen, hebben deeze woorden hun ppzigt niet op de beroovingof magtelooshcid van 's menfehen wille , maar zij fchijnen te bevatten eene zinfpeeling op de woorden des Profects :' lk zal hen tukken in de Woestijn, en zal aldaar vertroostende woorden tot hen fpreeken. Gods uitlok.

B 5 ken.

CALVIML-

SCI1E

GOOS-

04ENST,

Sluiten