is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemene konst- en letter-bode, voor meer- en mingeöeffenden. Behelzende berigten, uit de geleerde waereld, van alle landen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( «8 )

verre weg meer aanfpraak t-eeft op icdcs erkentenisfeni, dan die gene, welke gehele boekdelen zaraenfteld , waarin niets meer te vinden is, dan reeds algemeen bekend was, zal gewis niemand zyne goedkeuring aan ene Verhandeling .ontzeggen , waar van wy hier een kort uittrekzel mededelen.'

Na dat de Schryver dc overeenkom;! der benen met andere bewerktuigde delen van het dierl/k zamenftel hcefc aw.geroond, en, door proeven van zynen verdienftetyken Leermeester Brugmans, het aanwezen der watervaten ook in deze vaste lichamen waarfchynlyk gemaakt heeft, befchouwd hy dezelven als werktuigen met een leven besaafd, hun byzonder eigen, hoewel de zamcntrekkende kracht (contraüilitas), welke men veelal den benen vindt toegekend, met volle recht in twyfFcl getrokken word. Het fluiten immers der tandka.-fen, het verminderen der beenholte, welke te voren door een verdorven gedeelte was opgevuld en zo voorts, kan onzes inziens veel gefchikter door de werking der watervaten en andere omliggende delen verklaard worden. Als een bewys, dat de benen op hunne wyze leven, voert de Heer van Heekeren het vermogen aan, om der verrotting tegenlland te bieden, d. i., te beletten, dat derzelver beltanddeleu gene Scheikundige werking onderling uitoefFenen , fchoon zy pan enen aanzienlyken graad van hitte worden blootgefteld, en een aanhoudende toevloed van vogten onvermydelyk is. Dat die genen hier voornamelyk op te let¬

ten hebben , welken ons lichaam tot ene fcheikundige werkplaats vormen, zal ieder Natuurkundige met den Schryver geredelyk inftemmen. —

Eindelyk word net vermogen, om mcuwc uc™-^ te ftellen, als een ander bewys van het voorgaande aangehadd, en hier krygt men een zeer gepaste overgang tot de befchouwing der benen in enen ltaat van ongefteldheid.

De verfchillende ontaarting derzelven , als verhardingen, «ezwellen en beenweer, vinden wy met die zelfde naauwK-uiigheid, duidelyke voorftelling, en oordeelkundige aanmerk n^en behandeld, waar van de Heer v. H. op de eerfte blnlzyden reeds zo veel blyken gegeven had.

Wy zouden ook hier van zeer gaarne een volledig utttrekfel mededelen, en den Schryver van ftuk tot ftuk volgen- de behandeling echter der beenverhardingen fchynt ons' voor enige bekorting min gefchikt te zyn, maar niet minder der lezing en overdenking van Natuurkundigen

De Schryver gaat op pag. 16 tot de beengezwellen over en merkt op de volgende bladzyde aan, dat, fchoon in 't algemeen de benen aan zoortgelyke ongefteldheden blootftaan, waar voor de zagtere delen vatbaar zyn, bet 'er echter zeer verre van daan is, dat de ziektens in beiden eikander volkomen gelyk zyn s het geen voornamelyk aan de verfchillende wyziging der werktuigen moet worden toegefchreven. Hier op fchynen die genen niet gelet te hebben, welke de fterke en yvoor gelykende beenverhar¬

dingen met rcirrheu7.e en kinkergezwellen in de zagtere delen hebben gelyk gefteld , mogelyk door het algemeen heerfchend begrip misleid, als of alle ontfteking, welke door de oplosfing niet verdwynen wil, in ware fcirrhus en kanker ontaarten kan.

In de behandeling der beengezwellen word ons vervolgens de verfchillende man,er aangewezen , waar op deze tegen natuurlyke uitzettingen der beenftofte geboren worden, en zo tegen Camper, als anderen, aangevoerd, dat de zogenaamde fchilferswyze beenbreuken Qta&ur* fq amofe) voor gene ware breuken, maar veel eerder \>or opzettingen van het een of a^der gedeelte te houden zyn, om dat beledigingen, van welken aart zy ook zyn mogen, ene zodanige werking niet kunnen uitoefFenen, en men by het naauwkeurigst onderzoek niets kan ontwaren, 't welk „„. ^„„u.-c.i.or, eni.jA noprpsnknmtt beeft. Eindelvk

maakt de S. enige bedenkingen, of de glasagtige oppervlakte, welke in de geledingen der benen zomtyds voorkomt, niet veel eer aan ene byzondere ontaarting van hun kraakbenig bekleedzel moet worden toegefchreven , dan aan de wryving of fchuring derzelver uüeindens, vooral, om dat ook deze glafure word waargenomen in benen, waar de wryving, niet dan zeer gering, zyn konde.

Na ene naauwkeurige befchryving van de verfchillende gedaante, waar onder het beenweer in de onderfcheide tydperken zich opdoet, te hebben laten voorafgaan, tracht de Heer v. H. op natuurkundige grondbeginzels de wyze te verklaren, waar op de Callus gevormd word, hier toe byzondere aanleiding vindende in het fraaie dogma van den onvermoeiden Brüomans, dat de levenskracht van ieder bewerktuigd deel op zich zelve, of liever, de werking der levenskracht in ene zamengefielie rede is van den aart der priki _i. //„» AAm nm dê-xK -hrikkels te. gevoelen.

neis, en ue* >—•-"• - — 1 o -»

en op dezelven volgens hunne byzondere zamenftelling ene bepaalde tegenwerking uit te oeffenen.

Nu komt de S. tot het onderzoek, of men alle overvloed van Beenweer , met den beroemden Soemmerino voor denkbeeldig moet houden, dan of'er werkelyk ene zodanige ontaarting plaats heeft. Hier toe laat hy als ere bepaling voorafgaan, dat Calli Luxuriës alleen plaats heefr, als deze [toffe in grotere hoeveelheid word afgescheiden, als nood-

zakelyü is, om net verlorene ie nerjienen, nu™ »" ui. deel de vereischte en der gezondheid noodzakelyke vastheid weder te a-even. - Hier uit Iaat zich gemakkelyk afleiden, dat

overvloed van beenweer niet zo algemeen is, als door zommigen beweerd word, maar te gelyk, dat dezelve niet in alle gevallen voor denkbeeldig kan gehouden worden. Waarom toch zou de Matuur ook hier van hare geregelde wyze van werking niet kunnen afwyken, daar 'er zo vele uit- en inwendige oorzaken voor handen zyn, welken hier toe aanleiding geven kunnen? Waarom zoude 'er, door ene gedurig afwislelende beweging der fpieren, of enige drukking, geen groter toevloed van vogten kunnen ver¬

oorzaakt woraen, weute aoor cue ut.-y4.11uc wc*»iij6

1

VS;