Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 FEBRUARY 1798.. 50?

tionalen anndagt uwer Vergadering, boven veele anderen, verdienen, zult Gylieden my gereedelyk toeft*.mmen, dat het tüt nog toe befchreiënswaardig lo£ van zo veelen ongelukkig geworden uitgeweeken Bataten, met het meeste recht, kan worden gerangfchikt.

Ik fpreek hier van dezulken onder Hun, die alleen, ter oorzaake van hun yverig en lofwaardig Patriottismus, eti niet uit eenige byoorzaaken, voor heerschzugt en geweld moetende bukken, den Vaderlandfchen bodem hebben moeten verlaten, en in de groote Republiek van onze getrouwe Bondgenoot of elders, eene veilige fchuilplaats gezogt, en ook dadelyk hebben gevonden.

Ik fpreek van. Hun, die goed en leven aan het Vaderland gewyd, zich wel hebben verdiend gemaakt, en in dat Land hunner vreemdelingfchap , nimmer hebban vergeeten, dat zy Bataven, dat zy Republicainen waren.

Ik fpreek dus by uitnemendheid van Hun, als van dezulken, die plechtig opgeroepen, om, na de ommekeer van zaken, ten jare 1795» m nua Va-> derland terug te keeren, aan die ftem gehoor ge» vende, zich voortduurend hebben gevleid gezien met de fchoonfte beloften, doch waar van de vervulling, tot-heden is achtergebleven, en die daar door tot eenen ftaat zyn gebragt, veelal akeliger, veelal betreurenswaardiger, dan hun lot was, toen zy buiten hun Vaderland omzwierven.

Mogt het dus voor Ulieden bewaard zyn gebleven, om eens eindelyk eene gunftige voorziening te doen ten behoeve dier ongelukkigen, waar van veelen, ftaat makende op de goede trouw, en ruimfchoots toegezegde en herhaalde, maar nimmer vervulde beloften, htn min of meer reed* elders gevestigd

beftaan

Sluiten