Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 de JONGE REIZIGER

III. BRIEF.

Ferdinand aan Pet er sen.

Edam den 28 Juny 17—

en uwe Beminde, zy nogmaals hartelyk dank gezegd, voor de betoonde vriendiykheden. Eenmaal hoop ik zal 'er een tyd dagen, welke my de heilryke gelegenheid verfchaffen zal, om «u myne daadlyke erkentenis te betoonen , — en dan - dan Peterfen zal myn hart met dat genoegen flaan, 't geen alleen gevoeld kan worden door de waare vriendfehap in een kring gefield om zich met dien eenvouwigen luister te verwonen , welke haar zo wel als de liefde eigen is. In den brief aan myne Charhtte, heb ik de geringe aanmerkenswaardigheden, van myn tourtje op Monnikkendam gemeld. — Van het eiland Marken ,heb ik 'er nog dit by te voegen, dat het in het midden der dertiende eeuw verkogt wierd, aan het Mariengaarder klooster, toen naby Leeuwaarden gelegen, door Heer Klaas van Petfyn althans gedeeltelyk, Margaretha Gravin»

Sluiten