Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5*1 28 MEY 1796.

de meerdere duurte in dit Gewest, aldaar niet op denzelven voet, als in de andere Gewesten konnen fuMïfteeren, en dezelven dus met bovengemelde extraordinaire toelaag behooren te blyven gebeneficeerd. Het egter niet minder zeker is, dat zedert de byeenkoomst van Ulieder Vergadering, en de nieuwe orde van zaaken daar uit voortgevloeid, onze Provinciaale Cas, welke reeds door zoo veele exorbitante buitengewoons uitgaven, zoo aanmerklyk is geobajreerd; met zoodanige extraordinaire toelaag, aan de verdecdigers der geheele Republiek niet privativelyk kan worden of blyven bezwaard.

. En het is over zulks, Burgers Reprefentanten! dat wy vermeend hebben deze zaak ter kennis van Ulieder Vergadering te moeten brengen, en dezelve aan Ulieder behartiging, om zorg voor den welftand van 's Lands algemeene verdeedigers, op de ernftiglfe wyze t3 moeten aanbeveelen, ten einde hier omtrend zoodanige nadere fciukkingen te maaken en voorziening te doen, als Ulieder Vergadering zal bevinden te behooren; terwyl wy voorts, in die verv/agting dat zulks ten fpoedigften door dezelve za] gefchieden , de noodige orders gefield hebben, om tot voorkoming van alle verwarringen , en hangende Ulieder deliberatien dienaangaande, de bovengemelde extraordinaire toelaag, nog tot de eerfte week onzer aanftaande Ordinaris Vergadering, (welke op den 7. Jqny dezes jaars ftaat byeentekomen) uit de Kas dezer Provincie te doen betaalen.

Waar mede beveelen wy Ulieden in Godes Heilige befcherming.

Gefchreven in den Haag den 2 8 Mey 1796. Het tweede jaar der Bataaffche Vryheid. * j

Het Provinciaal Committé heeft', uit kragt van het appointement dezer Vergadering, van den 11. Maart 1. 1., rapport gedaan van deszelfs confideratien en advis, op de daar nevens teruggaande Requeste •van Mr, ƒƒ. C. Prohn, Schout en Secretaris te Zegwaard,

Sluiten