Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï3 MAART 1797. m

Afrent de Gaey, wonende te Rotterdam; verzoekende reliëf van de verzuimen, gepleegt in het niet tyflig verheffen van een perceel Land, betraande in twee gemeten, gefplitst uit drie gemeten, en vyftig roeden Jlands, gelegen in het Nieuweland onder de Stad Brielle, releveerende van de Leenkamer van Holland, en verder by de voorfz. Requeste vermeld.

Waar op, na deliberatie, is goedgevonden, des Requestrants voorfz. verzoek te accordeergn; en dat mitsdien de voorn. Mr. Ar ent de Gaey, als nog zal worden yerlyd met het voorfz. perceel van Leen, als hem aangekomen en beflorven by doodc en ovcrlyden van Hülebrand van Knigelburgh, zynen Oom welke het laatst daar mede verlyd is geworden; mits deswegens betaald wordende tweemaal dubbelde Heergewaden en Hofrechten daartoe ftaande; zullende, uit hoofde der geringe waarde van het voorfz. perceel van Leen, het zelve reliëf worden geaccordeert, by appointement, in margine van de voorfz. Requeste, in plaats van by forhiëelè brieven van reliëf.

^ Is gelezen het advis van het Provinciaal Committé, op de fuccesfivelyk in deszelfs handen gefielde Stukken, betrekkelyk het werk der Kerkelyke Octrooyen. (Zie de Bylaag tot dit Decreet.)

Waar op, gedelibereerd zynde, is goedgevonden en verfiaan, het voorgem. advis tot Vrydag aanftaandc te houden in deliberatie, en het zelve intusfehen te doen drukken, als mede de Bylagen, op de Secretarie, ter vifie van de Leden voorteleggen.

Is gelezen het advis van het Provinciaal Committé, op de, by appointement van 9 dezer, in desM* handen gefielde Misfive van de Municipaliteit

van

Sluiten