Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

554

ai MAART 1797.

„ uit zoude kunnen confteeren, dat de voorheen ge„ maakte zwarigheden niet genoegzaam zoude zyn

wederlegd. — En wy durven ten dien opzigten aan „ een ieder die deze zaak onpartydig wil beoordee„ len, gerustelyk aanraden, deze ftukken tegen elkan„ der te vergelyken.

„ Ten aanzien van de derde aanmerking, waaruit

het Committé eenigzins fchynt af te willen leiden, „ als of de Landmeeters Fis en Goudriaan, indirec„ telyk tegen de Verveening zouden hebben geadvi„ feerd; dit betuigen wy eene geheel abufieve ge-

volgtrekking te moeten vinden, alzoo de bewoor„ dingen welke het Committé ten dezen opzigten „ heeft aangehaald, alleen te vinden zyn in het rap„ port van den eerstgemelden, en deze bewoordin-

gen met het voorgaande gunftig advis, en de onmid„ delyk op dezelve volgende periode vergeleken zyn„ de — op zyn best genomen, niet anders dan te„ gen het overgelegde Concept-Reglement (het welk

de beide Landmeeters en ook wy befchouwen voor „ veele verbeteringen vatbaar te zyn) kunnen ge-

confidereert worden te zyn ingerigt.

„ Terwyl in het meergcdetailleerde Rapport van

den Landmeeter Goudriaan, geene aanleiding hoe-

genaamd, tot eene zodanige gevolgtrekking gcgc-

ven word.

„ En wat dan laatftelyk de vierde zwarigheid van „ het Committé betreft, zoo moeten wy met betrek„ king tot het eerfte gedeelte derzelve , de vryheid „ nemen te remarqueeren; dat het bericht van den „ kundigen man, welke drie fchep-rad Molens on„ derfteld op de300 morgen Land, waarvan dever„ veening is verzogt geworden, geheel erroneus en „ met de waarheid ftrydig is, alzoo de gemelde Lan„ den als nog behoorende zyn tot de Zuiderpolder,

„ wel-

Sluiten