Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai MAART 1797. 355

„ welke, volgens opgaave, geheel groot is 17 a 1800 „ morgen, en het tot bemaling van deze geheels „ lolder is, dat de gemelde drie fchep-rad Molens „ gebruikt worden. — Terwyl na de indykino- der „ gedagte Veendery, ééne Vyzelmolen, volgens op„ gaaf van deskundigen, zeer wel in ftaat zal zyn, „ de vereischt wordende bemaling van die Landen „ te doen; en waardoor dan het tweede gedeelte „ van de gemelde vierde zwarigheid, welke als eene „ gevolgtrekking van het eerfte gedeelte te befchou„ wen is, voor het grootfte gedeelte van zelve moet „ vervallen ; en voor het overige het voorbeeld van „ het Polderde Willem kebrtfek, tot verdere ftavin°„ van deze aanmerking naar onze gedagten niet <ret „ lukkig uitgekozen is, daar hetzelve Poldertie aan „ een particulier man toebehoorende, en zeer klein » zynde, met de te verveenenc 300 morgen Lands „ niet kan worden.gelyk gefteld, en ook de klagten „ van groote Drooginakerven , waarop men zig in „ dezen nog beroept, zeer wel hunnen grond kun„ nen vinden, in de ongelyke heffing der Verpon„ dingen, waar van men overal de fpooren vind.

u En hier mede over de gefuppediteerde zwario-„ heden van het Provinciaal Committé onze geoV„ ten hebbende gezegt; zullen wy thands op onze „ beurt de vryheid nemen eene bedenking aan Ulie„ den te fuppediteeren, waar aan doo^ ons eenig » g-wigt word gehegt.

}, Wy hebben namentlyk uit de papieren gezien, „ dat de gronden voor welke de verveening, is ver' „ zogt, en welke te zaamen 300 morgen Land be„ loopen, een gedeelte uitmaken van de Zuiderpol„ der van Asïendelft, en dat dezelve thands nog met „ de overige Landen in die Polder onder dezelve „ bemaalmg en beheering zyn.

Cc 2 „ Dat

Sluiten