Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEBRUIK der ZINKBLOEMEN. 239

Van tyd tot tyd ging alles geregeld voort, zo dat na een tyd van vyf of zes weeken, de pyn in de zyde, en de benaauwdheid op de borst, gantsch verdweenen waren.

Van opftygingen wierd zy niet meer aangevallen , en daarenboven was de hand zo gebeterd, dat zy byna dezelve weder tot haar wil had. De pyn in de lendenen en de witte vloed, was het eenigfte daar zy nog over klaagde; zy bleef nog flymerige fluimen loozen , en behield nog een zwaar zetzel in het water.

Hier op is zy wederom wel te vreeden naar Breda vertrokken, en is nog eenige weeken met het gebruik der poeijers voortgegaan. In het laatst van September fchreef zy my, dat zy toen vry wel voer , dat zy van geen pyn of benaauwdheid op de borst wist, geheel van overvallen bevryd bleef, dat haar hand volkomen herfteld was, zo dat zy in ftaat was om 'er alles mede te doen. Zy had toen ook de ftonden geregeld, en wierd van dag tot dag fterker. De lendenpyn, fchoon nogthans veel verminderd, was het eenigfte het welk haar nu en dan kwelde, dog waar van zy hoopte door den tyd verder herfteld te worden.

In 1774 heb ik nog berigt gekreegen, dat zy, fchoon eens door een zeer zwaaren fchrik aangedaan zynde, egter welvaarende was gebleeven, en in ftaat om haare zaaken te verrigten.

Inkhet najaar van dat zelfde jaar, is deeze Juffrouw

Sluiten