is toegevoegd aan uw favorieten.

Overdenkingen op den dag des Heeren, ter opheldering der H. Schrift, en tot stichting van Nederlandsche christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 2i8 )

anrherkertJ-** Wy hebben meer en fterkere beweeggron-' den ons onder elkander lieftehebben, dan de Engelen kunnen hebben ons te beminnen, en daarom moeten wy deze Hemeliche Deugd, de Liefde, met te meer yve'r beoeffenen. — Schoon wy eenerly Maakzel zyn, haatcn wy ons onderling, en brengen het ver in de Duivel* fche Kunst onze Broeders te benadeeien. Wy misgunnen onzen Naasten het Licht in deoogen. en de eerlie gelegendheid is voor ons de beste, hem eenen gevoeligen neep te geeven, en hem en de zyne ongelukkig te maaken. Te recht zegd men, dat de eene Mensch de Duivel van den ander is. Met zulke Duivels hebben Gods Engelen geene Gemeenfchap, want zy volbrengen Gods .Wil in den Hemel, en de Liefde is de vervulling der Wet.

En, zyn het niet de Plichten van Ootmoedigheid, Heiligheid en Liefde, die God in zvn Woord van ons vorderd? Zegd niet de Verlosfer Matth. XVHI vs. 3. dat men als de Kinderen moet worden, wanneer men aandeel wil hebben aan Zyn Ryk. Welk eene onverwachte Les voor Lieden, die zich verbeeldden de aanzienelykfte te zullen zyn in het Ryk van den Mesfias. Van deze word geeischt vs. 4. dat zy inde Nederigheid de Kindeken moesten navolgen. Kinderen worden niet door ydele Eerbegeerte gekweld, verheffen zich niet boven elkander, ftreeven niet na hooge dingen, en erkennen het wel dra, dat hetgeen men hen geeft, eene onverdiende Weldaad zy.

Wy worden vermaand eerbaar voor eenen ieder te leeven, Rom. XII vs. 17. eenengoeden Wandel te leiden, 1 Petr. II vs. 12, ook heimelyke fchandete vermvden, a. Cor. IV vs. 2. ons te reinigen van alle bevlekking van Vleesch en Geest, en vorderingen te maaken in de Heiliging, 2 Cor. VII vs. 1. wy moeten naar het Euangelium van Christus waardiglyk wandelen, Phil. I vs. 27. en dan kunnen wy met Paulus zeggen: ziet op hen, die alzo wandelen, gelyk gy ons ten Voorbeeld hebt. Phil. III vs. 17. — Met een Woord, wy worden vermaand heilig en onberispelyk te leeven. 1 Perr. I vs. 15, 16.

En, vorderd God niet ook van ons de Liefde ? loopen niet alle onze Plichten in de Liefde te zaamen? zal de Liefde nier noch in den Hemel onze Bezigheid zyn wanneer Geloof en Hoop ophouden ?i Cor. XIII vs. 13