Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ito Hoe alle Gods fchikkingen bedoelen dat Hy

werp, waar aan God behoudens zyne hoogfte volkomenheid zyne genade kan bewyzen ; hy is in ftaa: en genegen , om in God zyn hoogfte genoegen te vinden. Dat te doen met de daad is zyne overheerfchende neiging.

Alles, hetgeen hem nog te rug houd, is, zyne behoefte en verbintenis met fommigen in de waereld, en dat Hy nog een ligchaam omdraagt, hetwelk Hem na beneden trekt; en hem nu en dan door zyne vleijerye ofte driften verrast. Dat zal weggenomen worden door zynen dood, waardoor het gantfche famenftel van zyn ligchaam gedoopt en hy uk de tegenwoordige betrekking, waar in hy is, gerukt zal worden. Eindelyk volgt de Opftanding, waardoor het op nieuw famengezet zal worden, op eene manier, die bekwaam is om hem geduurig ten goede te dienen, vry van de tegenwoordige behoefte en verbintenisfen en tegenheden, gereinigd van alle natuurlyke neiging tot zonde, en gefchikt om de bevelen eener verlichte en zalige ziele in alles te gehoorzaamen. En om hem tot dat alles te helpen, en de hindernisfen van zyne gelukzaligwording uit den weg te ruimen, heerscht Jezus in het Koningryk der genade.

Als

Sluiten