Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om' ie Opftanding te ontkennen. £3/

eene langduurige llaverny, ontvlucht waren, zy zich verheugden en buiten zich zelve [van blydfchap] waren ; dat de vroomen hun verbluf hadden op eene plaats aan geene zyde van den grooten Oceaan, daar zy verkwikt en van géén onweder ontrust worden , maar eene beftendige lente genieten, daar in tegendeel de godloozen in een naar winterhol zyn opgefloten, in dewelke het gehuil en gekerm van wegens de nimmer eindigende ftraften weergalmen. (*)

Wat de Heidenen aanbelangt , ik kan dit niet beter uitdrukken dan met de woorden van een zeer groot man van onzen tyd. Dewelke zegt: „by de meeste Grieken en Romeinen was de leer van de opftanding der dooden ofte belagchelyk ofte ten minftert twyfelachtig. De Kerkvaders klaagen daarover, dat de Heidenen deeze leer befpotteden. Het is wel waar, dat men hier tegenwerpt, dat eenige Grieken en Romeinen het eeuwige leven geloofd hebben. Maar 1) fchoon dit al de byzondere meening van eenige Wysgeeren geweest zy, was dit nogtans geenfints de meening van het volk. In tegendeel ftelt de Roomfche dichter dit als

eene

(*) Bruck. H. Phil. T. 2, p. 771. ta Fragen auj der Philof. Hist. T. 4, p. 35a.

Sluiten