Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

övfcR de GEELZUCHT. 239

De reeden hier van fchynt in hunne fcherpte, waar door zy de maag en naburige deelen prikkelen, en de werking van het zenuwgeftel beleedigen, te zoeken. Ook fchynen de gemoeds- aandoeningen , welke den beet of fteek van verfcheiden dieren verzeilen, niet weinig tot de voortbrenging der geelzucht toe te brengen , gelyk sauvages q>) te recht heeft aangeteekent. — Hier toe kunnen dan ook gebragt worden de braak- en fierke purgeermiddelen, welke waare vergiften zyn, gelyk in het Xde Deel der Han* delingen van het Geneeskundig' Genootfchap door de zeer geleerde Heeren van der eem, en van leeuwen, genoegzaam betoogt is (jf).

24.) Hier verdient ook het zittend leeven eene plaats. En, geen wonder, nadien uit gebrek van behoorlyke beweeging en eene aanhoudende zittende leevenswyze, kwaade fpys-verduwingen, verftoppingen der onderbuiks - ingewanden , inzonderheid der lever, vertraaging der ftoelgang, ophouding en verdikking der galle, beneevens galfteenen worden voortgebragt. — Dit-blykt uk het vee, 't welk 's winters aanhoudend op ftal (taande doorgaans met galfteenen gekwelt is 5 waar van het

's ZOTot» III, pag. 8(5. Sauvages Nofol. Method. Tom. II. pag. 587. Brüning Tract. cit. pag. \?2,fq. & M<Z>

C/0 I» c-

(?) Vergel. brüning /. t. pag. 102. fy.

Sluiten