Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de Zondagen, enz. 20

Epistel op den II. Zondag van het Lyden. (Inwcapit.) 2 Kor. VI. 1.

1. \V7y vermanen u nu, als medehelpers, dat gy Vr de genade Gods niet te vergeefs ontvangt.

2. Want hy fpreekt: Ik heb u in den aengenamcn tyd verhoord, en heb' u in den dag der zaligheid geholpen. Ziet, nu is 't de aengename tyd, nu is 't de dag der zaligheid.

3. Maer laten wy aen niemand eenige ergernis geven; opdat ons ambt niet gelasterd worde:

4. Maer laten wy ons in alle dingen betoonen, als Gods dienaers, in groote verduldigheid , en droeftenisfen, in nooden, inangften,

5. In flagen, in gevangenisfen, in oproeren, in arbeid, in waken, in vasten,

6. In kuischheid, in kennis, in langmoedigheid , in vriendelykheid, in den heiligen Geest, in ongeveinsde liefde,

7. In 't woord der waerheid , in Gods kragt, door de wapenen der geregtigheid ter regte- en ter flinkehand:

8. Door eer en fchande; door kwaed gerucht en goed gerucht; als de verleiders, en nogthands waerachtig;

9. Als de onbekenden , en nogthands bekend; als de ftervenden , en ziet, wy leven; als de getuchtigden, en nogthands niet gedood;

10. Als de treurigen, maer altyd vrolyk; als de armen , maer die nogthands velen ryk maken; als die niets hebben, en nogthands alles hebben.

Euangelie op den III. Zondag van het Lyden. (Keminijcere.j Matth. XV. 21.

21. T7n Jezus ging van daer, en ontweek in de tL« landftreek van Tirus en Sidon. 22. En ziet, eene kananefche vrouw ging uit dezelfde landpalen , en riep hem na, en fprak: ach! Heer! gy Zoon Davids! ontferm u over my : myne dogter wordt van den duivel deerlyk geplaegd.

33-En

Sluiten