Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ aangaande.gelooven, datwaarlyk een fteen „ het yzer, fchoon er een digc, vast ,ligchaam ,, tusfchen beiden geplaatst is , naar zich trekt „ en in bevvecging*brengt, die mensch moet ,, wel een blind geloof hebben !"

Zegt men, ,, zoo lang deeze mensch het „ zelf met zyne oogen niet gezien heeft, re,, deneert hy verftandig, en doet wel, zich „ hier by te houden; liever dan dat hy „ iets gelooft, 't welk hem tegenftrydig voor,, komt." Jk antwoorde, als zyn ongeloof beleedigend is voor hem , van wien hy zulk een ben'gt ontving, kan hy dan gezegd worden, wel te doen? En nu, men vertoont hem die werking; men maakt er hem ooggetuige van: is nu de, van hem voorheen opgemerkte , ftrydigheid weggenomen ? of blyft dezelve: zoo dat hy, uit vergeiyking van dit verfchynzel met denkbeelden, gewaarwordingen en beginzelen , ten lesten tot dit hoogst ongerymd befluit zou moeten komen, iets kan ie gelyk zyn en niet zyn ?

Voor het overige is er , in dit geval, nog eenige evenredigheid tusfchen het kennend verftand , en de zaak, die men begeert te weeten; jets eindigs, iets bepaalds; alleen de vatbaarheid

Sluiten