is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede brief van G. Bonnet aan een' vriend. Over het gezag der rede in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "9 )

om zoo te fpreeken , een Jïeek op , dan neemen zy hun toevlugt tot een onfeilbaar Godlyk getuigenis. Bi. 256, 257,

Antwoord.

1. Dat wy, in de leer der verborgenheden, ons alleen op een onfeilbaar Godlyk getuigenis beroepen , is zeker. De Christenen hebben niet eerst zulke verborgenheden uitgedacht, en vervolgens, om die te verdedigen, Gods Woord te baat genomen: neen; ze hebben die verborgenheden in dat onfeilbaar Woord gevonden, en zich, uit dien hoofde, verpligt geacht, dezelve "te gelooven.

2. Wil men dit noemen een Jleek opneemen ? men zal dan het zelfde moeten zeggen , van allen, die, alleen door geloofwaardige getuigenisfen , kennis krygen van eene of andere verborgenheid der natuur, en zich by anderen, op die getuigenisfen, beroepen.

3. Eindelyk, wil men wel, in andere dingen, getuigenisfen doen gelden aangaande verborgenheden, — maarniet inden Godsdienst? dan moet men, als zeker, aanneemeri, „dat „ God volftrekt niets van zyne natuur, van „ zyn beftaan, aan redelyke fchepzelen open„ baaren kan, buiten -het geen, zonder eene

H 4 » Open-