is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 75 )

kiest, boven de aangenaamer gewaarwordingen van het toekomende, om dat ze hem voor tegenwoordig ieevendiger zullen aandoen , toont even daar door, dat 'er dwaaling is in zyn verftand. Uit 't geen ik reeds meermaal heb aangemerkt, is-dit, zoo 't my voorkomt, overtuigend blykbaar.

Om deeze reden zal ik my ook niet ophouden, met 't geen gy volgen laat , ter oplosfing eener zwarigheid , die men, uit deeze grondwet van onze natuur, (dat, naamlyk, onze wil zich altoos fchikt naar de laatfte voorftelling van het beste,) tegen uw geftelde, aangaande de toerekening, zou kunnen inbrengen. Dit weinige zal genoeg zyn. Dat de uitwendige voorwerpen, dat de ongeregelde driften, veel invloed op ons hebben, om het verftand te belemmeren, en het licht, dat nog in ons is, te verdonkeren , met dit gevolg, dat de laatfte voorftelling van het befte niet overeenkomt met die beginzelen, welke wy, in bedaarder oogenblikken, zouden raadpleegen, dit ftaa ik gereedelyk toe; en erkenne met u, dat, boosheid niet alleen , maar ook achteloosheid , menigmaal den mensch dermate doen zondigen tegen het geen hy beter weet, of beter weeten kon, dathy wel degelyk voor zyne daaden verantwoordelyk is. Maar, hier uit volgt niet, dat alle menfchen,*of, zoo ge wilt, alle die den naam van Christenen dragen, het vermogen hebben, om zich zulke denkbeelden van het fchoone der heiligheid, en van het voortreflyke dier zaligheid , welke ons in het Euangelie wordt voorgefteü, te vormen, als noodig zyn, om

hen