is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C7<5)

hen dat gene boven alles te doen kiezen, 't welk alleen gefchikt is, om ons waaren troost te verfchaffen in leeven en fterven.

Jamaar, zult gy mogelyk zeggen, „ ishetmen„ fchelyk verftand zoo bedorven , dat het wel ko„ men kan tot de onderfcheiding van het waare, en „ valfche, ook van het goede en kwaade, (wat de „ gevolgen van deugd en ondeugd betreft) maar ech„ ter, zonder eene bovennatuurlyke verlichtende „ tusfchenkomst des almagtigen Weezens, hetwaa„ re goed niet regt kennen, en dus ook niet van har,, ten, met een heilzaam en beftendiggevolg, begee„ ren kan, dan is de mensch, te deezen aanzien, bui„ ten verantwoording, en het zedelyk bederf van zyn „ verftand kan hem niet toegerekend worden, i" Doch, verantwoording en toerekening hebben opzicht , niet <yp gcftcldhedcn, maar op daaden. Het is de ftandvastige leer der H. Schrift, dat Godeenen iegelyken vergelden zal naar zyne werken. Die ongelukkige gefteldheid van den mensch, waardoor hy van natuure blind is voor zyn waar geluk (in dien zin, zoo als reeds meermaal gezegd is) moet, volgens de leer van onze kerk, aangemerkt worden, als een gevolg van de zonde; of zy hier in de waarheid aan haare zyde heeft, behoort naderhand onderzogt te worden, 't Zyn twee onderfcheiden vraagen; Is aller menfchen verftand van natuure zedelyk bedorven, ? — en, zoo ja? van waar dan die verdorvenheid? Nu handelen wy alleen over het eerfte, hier by moeten wy, als nog, blyven, om te zien, of uwe eerfteftelling, de onderwerpelyke re~ de is niet bedorven, waar, dan valsch , zy.

UWEd.