is toegevoegd aan je favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 172 )

ziel moet dezelve gebruiken, die beginzelen ont. wikkelen , en toepasfen op de voorwerpen , die

aan het verftand vertegenwoordigd worden

Maar, zal ze die beginzelen wel kunnen toepasfen, dan moeten de voorftellingen aan het verftand overeenkomen met den waaren aart der aan het verftand, vertegenwoordigde voorwerpen in betrekking tot ons zeiven. Zullen 'er zulke

voorftellingen zyn, en wel van zaaken, die onzen phgt en ons weezenlyk belang betreften, 'er wordt eene zekere gefchiktlieid, vatbaarheid, of vermogen des verftands, vereifcht om zulke voorftellingen te ontvangen en te vormen. De behoedaanigdheid toch der voorftellingen in de menfchelyke ziel hangt met af van de beginzelen der voorwerpelykerede, waar mede zy voorzien is, maar van de gefteldheid.des verftands zelve. fs nu het verftands oog in zoo verre verduifterd, dat het in de gunst, den dienst, en de gemeenfchap van onzen Opperheer en mdie Zaligheid, welke het Euangelie ons voor', ftelt, dat fchoone, dat begeerlyke en belangryke, met ontdekt 't welk 'er voor de redelyke en onfterflyke ziel waarlyk in gelegen is, danvoM —. .dat zulk een verftand, in de toepasfing van de beginzelen der voorwerpelyke rede, op die onvoldoende voorftellingen, door verkeerd te oordeelen, noodwendig dwaalt: en wel, of door volkomen afkeuring, gelyk in verharde zondaars, of door gedwongen en kragtelooze goedkeuring, zonder dien behoorden.invloed op keus en werkzaamheid, weï Z£nZ CigenIiefde ^ VS*

Ver-