is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 227 )

Dat ons befluit niet onwettig zy, is gebleken: — dat men van de heidenen, als zoodaanig, geen befluit kan trekken tot alle menfchen, wordt toegeftaan: dat echter de befchryving van de

heidenen, hier gegeven, niet op hen alleen , als heidenen, toepasfelyk is, lydt geen bedenking; ten ware men deeze ongerymde ftellingwildeaannemen , dat het tegendeel van die befchryving toen en naderhand in alle Jooden, en vervolgens in alle Christenen plaats had. Men moet dan de heidenen als zondaars zich voorftellen, en onder het oog houden, wat hen deed dwaalen, en zelfs, door bykomende oorzaaken, tot uitenten in bygeloof en godloosheid vervoerde: dat was redelyk bederf, of, volgens den aangehaalden text, verduistering in het verftand. Die verduistering nu, dat zedelyk bederf, hadden zy met alle andere menfchen in hunnen natuurlyken ftaat gemeen : 't geen derhalven van hun , als van zondaars getuigd wordt, mag buiten twyfel algemeen worden toegepast op hen, die, gelyk als zy, van *s Heeren Geest en des van het leeven Gods nog vervreemd zyn.

Gy laat op het ftraks gemelde volgen. „ Met „ dezelfde zwakheid zyn zy behebt, die ter verklei„ ning van 't gezag der rede, met Kalvin zoo veel „ gewigts vinden in het gezegde van Johannes die „ ( H. I: 5.) fchryft, het licht fchynt in de duis„ ternis, en de duisternis heeft het zelve niet be» „ grepen."

UWEd. vergenoegt zich hier met eene niet zeer vlei jende uitfpraak ; zonder redenen tegeeven, waarom dit bewys U onvoldoende voorkomt, en ' P 2 my