is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( )

duisternis genoemd ; eene benaaming, waarvan de reden te zoeken is, of buiten hen, of in deeze men.

fchen zelve. Het eerde kan niet toegeftaan

worden, want het licht befchynt hen: derhalven moet men het laatfte kiezen. — Deeze plaats teekent ons dan het algemeen en groot bederf van *t menschdom! zedelyk bederf, dat menfchen kinderen duisternis doet zyn, niet alleen in wil, genegenheden, gemoedsdriften, maar ook en allereerst, uit hoofde van de inrigting der menfchelyke' ziel, in verftand en oordeel.

UWEd. voegt by het voorige: „ Bn'wat beduidt „ Paulus getuigenis, Rom. VIII: 7., anders, d'an „ dat de overleggingen van den vleefchelyken en dier„ lyken mensch, als zoodaanig aangemerkt, regel „ regt aandruifchen tegen den heiligen wil van God, „ die ons beveelt, onze dierlyke natuur door dereden „ te beteugelen.-

Dat God ons beveelt, onze dierlyke natuur door de rede te beteugelen, is zeker: maar de Apoftel heeft hier niet bepaaldelyk op dit bevel het oog. Hy fpreekt in 't gemeen van Gods wet, die wet, welke beveelt, den naasten als zich zei ven, maar God boven alles, lief te hebben; en derhalven in Hem, dat hoogfte goed , ons hoogst genoegen te zoeken. Want niets, dan 't geen wy.., in betrekking tot ons zeiven, als goed befchouwen, kunnen wy beminnen. Zullen wy dan God lief hebben met geheel ons hart, geheel onze ziele, allekragten, O)

wy

O) Mattb-, XXU..37. Luc. X. 37.

P 3