Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5 )

ken, vermits zij de gezangen daar deeze woorden in gevonden worden niet weder opzoekken, en invoeren, maar dus deeze woorden als verouderd blijven verwerpen. Nu ik zal mijn onderwijs zoo kort maken als mooglijk is, op dat bet zoo veel te gemakkelijker kan onthouden Worden. Gij verftaat dan de woorden ik, gij, zij, weet dan dat, ik,in de eerste, gij, in de tweede, en zij, in de derde perfonn fpreekende zijn, als gij dan {preekt; zij blceven volftandig in de leere der Apostelen, dan zegt gij dit niet van U zeiven, neen, maar gij zegt dit van anderen, en gij fpreekt dus tot lieden van lieden, en de woorden welke gij gebruikt, zijn uit Hand. 2 vs. 42. En zijn van dezelfde Natuur,want Lucas fchrijft daaraan zijn Theophilus van de eerste nieuw geworden Christenen, dus ook in de derde perfoon. Nu is de vraag, wien fpreekt gij aan? en van wien fpreekt gij hier dus in 't Openbaar? Want gij flopt het als 't waare, onderfloelert noch banken, neen maar gij komt 'er opentlijk voor uit, en field 't voor een ieder ten toon. Indien 't geoorloofd is over uwe meening, in deeze te raaden, zoo wilt gij, dunkt mij zoo veel zegden, jegens uwe meede gefleepte, en afgeleide Gemeente zij, tiaafnlijk daar wij van uitgegaan zijn, zij b'eeven volftandig in de leeVe der Apostelen, is dit u meening, en wilt gij dit hier meede zeggen, gelijk 't naar alle waarfchijnclijke gisiingen zijn moet, dan betuig ik hier meede plegtig in Jt openbaar, voor de gamfcha waereld, dit ik van u nog nooit flelliger waarheid gehoord of geleczen heb; ja gewisfelijk hier op kan uwe voorige gemeente billijk A 3 roe-

Sluiten