Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

..reden de firaffen niet weg? 139

thagorëen was) dan zal ik zekerden zevenden neemen. — Eén oogenblik vroeger oflaater kan hier in het rijk der geclten even zoo wel veel veranderen , als in de ligchaamlijke weereld; in deeze wordt iemand door eenen kogel getrofl'en , omdat hij net in dat oogenblik in zijne richtlijn ftaat; was hij ééne feconde vroeger of laater op dezelfde plaats geweest, dan was hij hem voorbij gevloogen. Onze invallen of achtereenvolgingen vandenkbeelden veranderen in elke feconde, en nog fnelkr.

2) Wanneer wij iets eigenlijk verkiezen, en onze daad niet, om zoo tc fpreeken, op de dobbelfteenen, niet op de eerfte ons invallende gedachte, laaten aankomen, dan weeten wij dit ten minften zeker, dat de voorftelling van een grooter goed ons tot iets kan beweegen of neigen, waaitoe een geringer goed cms niet beweegt. Zelfs die geene , welke met om de foldije te veld trekt, om dat hij middelmaatig kan leeven, en dc foldije voor een klein goed houdt, maar welken het gevaar, om dood of kreupel gefchooten te worden, bij alle onzekerheid daarvan, groot fchïjnt, laat zich evenwel door de eer beweegen, om al dit gevaarte verachten. Wij zijn ons daarvan zoo bewust, dat het niemand zal ontkennen; en daarom gewoon, om, wanneer wij iemand willen overreeden, en de yoordelling van één voordcel, dat hij te wachten heeft, hem nog niet beweegt, het tweede, het derde 'er bij te voegen, en om zoo te fpreeken het eene gewigt na het andere op dc fchaal te leggen, op dat zij eindelijk zinke.

Dewijl wij nu vinden, dat de voorftelling van een grooter en zekerer goed altoos des te meer uitwerkt ,

Sluiten