Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22(5 Van de Eeuwigheid der helfche ftraffen!

ergeren, en een klein kwaad, hem aangedaan, of eene beleediging of een vérzien, voor iets groots te houden , en dus ook veel fterker te voelen: -— ik zal het register der ondeugden niet verder doorgaan, wanneer, met één woord, nu iemand zoo gefield was, en bij ging, na dat bij in dit leven tijds en gelegenheids genoeg gehad had, om zich te verbeteren, en zich niet verbeterd had, in eene eeuwigheid over, wat moeste dan natuurlijker wijze zijn lot zijn ? Eeuwige gevolgen der ondeugd, waarvoor men moede fidderen! Wanneer ik mij den wraakzuchtigen, den toornigen, den wcllustigen, op dien trap voorftelde, waarop' men fomtijds menfchen van die foort in het dolhuis aantreft, dan zoude het (joch wel niet de laagfte zijn: ■want deezen hebben nog geene eeuw lang de altoos toeneemende gevolgen van hunne óngefteldheid ondervonden , en zijn door menfchen van eikanderen afgezonderd, om zich niet te befchadigen.

De Wijsgeer pleegt geene wonderwerken te verwachten, en hier hadde hij 'er het minde reden voor, na dat God aan den zondaar in dit leven tijd en middelen ter verbetering gegeeven heeft; dc leezer van den Bijbel vindt ook niets, dat naar eene Godlijke belofte, om de natuurlijke gevolgen der zonde in de toekomende weereld afLcbrecken, en den geftraften zoo te herfcheppen , dat deeze gevolgen ophouden, zoude zweemen : maar gefchiedt dit niet, gaan deeze gevolgen tot in de eeuwigheid voort, dan is dit ook zonder onmiddelijke draffen van God niets anders, dan eene eeuwige hel. Of het dellige of natuurlijke draffen zijn, die den zondaar eeuwig ongelukkig maaken, welk onderfcheid is daarin voor hem? Het eene is zoo erg als het andere.

S.

Sluiten