Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34<5 De Toerekening van Adams val

heid£, en billijkheid van God in her ftraffen geeft Dit is de eenige ftraffe van God , die wij kennen , maar zoo voorbeeldig, zoo ontzagchelijk groot, zonder onbillijk te zijn , dat zij bij eenen nadenkenden , welke daarvan op toekomende ftraffen in het aanftaande leven een befluit maakt , eenen diepen van zonden affchrikkenden indruk zal te kr laaten. ö

Door de maar eens begaane overtreeding van een enkel willekeurig fchijnend gebod van God , verloor Adam eerfllük voor zich eene gelukkige onftervelijkheid , maar daarenboven wierd bij ook in alle zijne nakomelingen geftraft , welker verlies den vader noodzaaklijk moeste krenken , en welken reden hadden om hem ten uiterften te verwenfchen , hadde God door Christus deeze ftraffe zelfs niet ten besten beftierd, (eene goedheid, die wij in gééne eeuwigheid wanneer wij derwaarts ftraffen van onze zonden zouden medebrengen, niet ten tweedenmaal kunnen verwachten ). Wanneer 'er volgens eene middelmaatige berekening tegenwoordig 500 millioenen menfchen in de weereld zijn, dan worden 'er het eene jaar door het andere gerekend ,6 tot 17 millioenen,(ik konde wel twintig millioenen volgens eene andere berekening van de geboorenen naar evenredigheid met de ' leevenden ftellen ; maar ik ben met het geringere «retal te vreeden) gebooren. Ik weete, dat in de eerfte duizend jaaren na Adam en na den Zondvloed het getal der menfchen niet zoo groot kan gei c ft zijn , als tegenwoordig : maar 'er zijn ook tijd' waarin hetzelve wel grooter moge geweeft zijn. Eer die gelukkige Landen aan weerskanten van den Eu fhtw en den Tiger, benevens die tusfchen de Zmr, te en Caspifche Zee, en Klein- Jfiön , door oorlogen,

peft,

Sluiten