Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET EERSTE FRAGMENT. §.3. «

zoo de Satan aan hen van te vooren is bekend geweest, gelyk wel niemand zal willen ontkennen (en ik toeftemme;) zoo volgt — dat 'er werkelyk een Satan (het woord m dien zin genoomen, daar het zoo veel beteekent als een afgevallen Engel,) aanweezig zy: — dat men in die dagen, dit werkelyk geloofd heeft: — en dat het woord Satan, ia. het Boek van Job gebruikt wordende, wel degelyk bewyst: dat 'er een' eigenlyke Satan of Duivel zy? om dat men anders op die vraag: Tiaar komt de Satan in het Boek van Job van daan? niet zou kunnen antwoorden! — Niet zou kunnen antwoorden?; _ Wel! ikantwoorde: De Schryver van het Boek van Job haalt zyn' Satan, zyn' Aanklaager uit de Gerechtszaalenl in de Gerechtszaalen was, om het in onzen fpreektrant en naar onze Zeden en Gewoontens uittedrukken, een Fiscaal tegenwoordig, die zyne klagten en befchuldigingen voordroeg, tegen hem die gedagvaard zynde, voor den Rechter verfcheenen was. Deeze Satan of Aanklaager was en konde aan hen niet onbekend zyn. Het woord Satan, in deezen zin genoomen, ftrookt by uitftek wél, met het Plan van den Schryver en met zyn Drama: en in dien zin gebruikt wordende, verdwynt het bewys uit het Boek van Job ontleend, voor het beftaan van den Satan, als een Individu. Althans, het moet eerst uit onwederleglyke gronden blyken,dat het woord Satan

vol-

Sluiten