Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H LEVENS-BIJ ZÖNDERHEÖÈ'N

ÊttfJfi. Wanneer nu jrsus in Kapernaum binnen' *s, 5'. £radt' ontmoette hem een hoofdman over hon-

6. derd, die hem ernflïg verzocht: „ Heere, mijn „ knecht ligt in mijn huis aan eene geraaktheid,

7. ,, onder zwaare pijnen en fmerten!" - M ifc-

,, zal komen, en hem genezen," fprak jrsus ;

8. Doch de Bevelhebber hernam eerbiedig: „ Hee„ re, ik ben te onwaardig, dan dat gij onder „ mijn dak zoudt komen: Gelieft hetu, Hechts „ één enkel magtwoord te fpreken, zoo zal

9- „ mijn knecht gezond zijn; Hoe zeer ik een ,, mensch ben, die zelf onder eenen anderen fta, „ echter heb ik gebied over mijne onderhebben„ de foldaaten, zoo dat ik den éénen bevele, „ ga, en hij gaat, en eenen anderen, kom, en „ hij komt; en mijnen knecht beveel ik; doe

10. „ dat, en hij doet het." jesus, dit hoo-

rende, was verwonderd, en zich keerende tot de genen, die hem volgden, „ waarlijk™ fprak hij, „ ik zeg ü, zoodanig geloof heb ik zelfs in H» 99 IsraV "iet gevonden. Ik verzeker u, [en dit „ voorbeeld kan 'er u van overtuigen] veelen ,, zullen van Oosten en Westen komen, en zul,, len in het Koningrijk des Hemels aanzitten

12. „ met abraham, isaSk en jakob; Terwijl zij, „ die als kinderen recht fchenen te hebben op

. „ het Koningrijk , [uit de Hemel-zaal] in de ,, buitenfte duisternis zullen gefloten worden, „ daar weenen en tandenknersfen, [te laat be„ rouw en wanhoop] plaats zullen hebben."

13. Thans zich tot den Hoofdman wendende, zeide

je.

Sluiten