Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m I. E VE N S-BIJ ZONDE I! H E DEN

MffJl.dc ongegrondheid van hunne uitftrooifelen;] Ts.2'4. " Hoe kan toch;" zeide hij, „ de één, Satan

„5> „ den anderen Satan uitdrijven? Wanneer toch een rijk of huis inwendig tegen zich zelf ver„ deeld is, dan kan dat rijk of dat huis niet

26. » ftaande blijven. Dus ook, indien de Satan , „ [volgends üw voorgeven,] tegen zich zeiven „ oproerig geworden, en verdeeld is, zoo kan „ hij niet ftaande blijven , maar hij heeft een

• 27. ,, einde. . Niemand kan in het huis van

„ eenen fterken gaan, en zijne bezittingen roo„ ven, ten ware hij vooraf dien fterken beteu„ gelde, dan kan hij zijn huis berooven. —

£gr „ Heilig betuig ik ulieden, dat aan de menfchen „ alle zonden, en alle lasteringen, daar zij mede „ gelasterd mogten hebben , vergeven zullen

29. „ worden; Doch die tegen den Heiligen Geest „ zal gelasterd hebben, die heeft geene verge„ ving in eeuwigheid, maar is aan de eeuwige ,, verdoemenis onderhevig." ; Dit zag daar

50. op, dat zij gezegd hadden; „ Hij heefteenen „ onreinen,Geest."

31- Zijne neven dan kwamen, [gelijk gezegd is, j als ook zijne moeder; en alzoo zij buiten 'shuis moesten ftaan blijven, zoo lieten zij hem door

32* iemand roepen. Het volk zat rondom hem , [om naar zijne leere te hooren;] — ... Men gaf hem dan te kennen; dat zijne moeder en neven daar buiten hem zochten : Maar hij antwoordde:

33. „ Wie is mijne moeder of mijne bloedvrienden ?

34> 35 Zie," zeide hij, in het rond zijn oog ftaande

op

Sluiten