Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

be handelingen der apostelen. 509

„ bekend is; derhalven ben ik van gevoelen, Hoofdft.

dat men den genen, die uit de Heidenen zielig ^ „ tot God bekeeren, geene moeilijkheid moet 1 „ aandoen, maar dat men hun enkel aanfchrij- a0( „ ve, dat zij zich onthouden van alle ontreini„ gende gemeeirfchap aan of met de afgoden, '„ als ook van hoererij, en van [het eten van] „ het verflikte, en van bloed; ——— [dit oor- si „ deel ik nodig,] omdat moses al van over „ lange tijden iri genoegzaam alle fteden zijne „ predikers heeft, en eiken Sabbath in de Si}n „„gogen gelezen wordt, [zoodat, zonder de „ waarneming van deze voorfchriften, geene ,, broederlijke gemeenfchap fclhjnt plaats te

kunnen hebben."] Op dit voorftel vonden de Apostelen en de 22 Ouderlingen met de geheele gemeente goed, om eenige leden uit hun midden te verkiezen, en niet paulus en barnabas naa Antiöchiën té zenden; te weten, judas, bijgenaamd barsabas, en silas, mannen, die onder de Broeders voorgangers waren ; aan dezen gaven zij den 23 volgenden Brief mede.

' „ De Apostelen en de Ouderlingen,benevens ,, de Broeders, aan de Broeders uit de Heide„ nen, die zich in Antiöchiën, en Sijriën en

„ Ciliciën bevinden, heil! Nademaal wij 24i

5, verftaan hebben, dat fommigen, van ons tot ,, u gekomen, u met hunne leere ontrust , en „ uwe gemoeden in verlegenheid gebracht heb„ ben , door te beweeren, dat gij moet befneKk 5 „ den

Sluiten