is toegevoegd aan uw favorieten.

De welmeenende raadgeever.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 227 )

niet ten besten. — Ik heb haar menigwerf trachten op te beuren met uwe raadgevingen, om zich aan God en zijn woord te houden, en dat fcheen ook fomtijds nog al eenigen invloed te hebben, tot dat bij een volgende Huisbezoeking ook dit hulpmiddel voor mij krachteloos is gemaakt; ik ben al lang voornemens geweest, om mijn Heer eens deze omftandigheid te komen verhaalen, en 'er met u over te fpreken, nu ik u bij geval ontmoet, zal ik ze u mededeelen. Ik deed aan den Predikant een openhartig verflag van alles, en beklaagde mij zeer over de verandering mijner lieve vrouwe; maar hoe flond ik verbaasd, toen hij mij te gemoet voerde, dat hij recht in zijn fchik was, over deze gevolgen van zijne aanfpraak, dat deze ongerustheid zaliger was dan die vorige valfche rust mijner vrouw, toen zij in gevaar was, om met een leugen in de rechtehand naa eene gedachte eeuwigheid te gaan, dat zij nu recht verftand van kermen zou krijgen, en ik. weet niet, wat al meer, alzoo ik dat alles niet zoo flipt onthouden kan; en toen ik hem zeide, hoe ik van uw Weekblad gebruik had gemaakt, en mij vlijde, daardoor mijne vrouw fomtijds te hebben bemoedigd, viel hij mij in, dat ik toch van dat Weekblad geen gebruik maaken, dat ik bet niet ééns lezen moest, het was vijandig, en een vijandig mensch was 'er de fchrijver van. — Ik verzocht hem nadruklijk, en mijne vrouw zelfs met traanen , dat hij nu eene bron van vertroofting zoude openen, en hij hield ons daar op verfcheiden redenen voor, doch welke zaaklijk hier op uit kwamen , dat men zijne ellende bevindelijk moest kennen, den Heere achter na moest kermen , tot d.t hij zich ontfermen zoude, om bevindelijk de genade der wedergeboorte te fchenken; doch hoe en langs welken weg men daar toe kwame, daar van fprak hij voor ons ten minften zoo duifter en verward, dat noch ik, noch mijne vrouw 'er iet van begrijpen, veel min eenig nut uit trek-, kan konden. — Ja, dat mij het meefte verwonderde, voer EusüBrus voort, hij gaf ons van zich zeiven te kennen , dat hij zich zeiven nog niet onder de begenadigdsn en wedergeboornen durfde rekenen, dat hij nog zoekende

was. Hoe, zeide lk tegen mijne vrouw , na dat de

Predikant met zijn' Ouderling vertrokken was, hoe kan ik dat begrijpen, de Bijbel is vol van vertroofiingen aan F f 2 men-