Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

WELMEENENDE

RAADGEEVER.

N°. 5-

HET RAADSBESLUIT.

O dat ik in den grooten dag der vergelding, zonder ver» Jchrikking , het noodlottig Boek moge zien openen, en dm, naar het zalig verblijf opgevoerd, van eeuw tot eeuw, mijn dankbaar lied moge herhalen . mijn licht, mijn leven , mijn God, mijn Zaligmaaker aanfchouwen, en in zijnen lof het Engelen - heir evenaaren-'

Y O U N G.

\^reemd zal het veelen der Lezers van dit weekblad, dit gevoel ik vooruit , voorkomen , dat ik mij onderwinde , daar ik het nut van het algemeen, en van een eenvouwigen Christen, in dit mijn gefchrijf, bijzonder bedoele, het raadsbesluit der Godheid tot het onderwerp van een Noinmer te maaken. — Doch deze bevreemding zal, hoop ik, bedaaren, en men zal mijne onderneming billijken, nadat men de beweegredenen zal gelezen hebben, die mij aanfpooren, om van die verheven Godgeheimen te fpreken, op welken een enkele blik van het ziels oog geüagen, den mensch , ook den kundigfter, duizelig maakt, en zelfs eenen rau lus doet uitroepen: „ O onpeilbaar diepe en rijk volle wijsheid „ en wetenfehap van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn i E zij-

Sluiten