Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3i )

Wa> zegt het hier , God heeft zijnen Zoon aan de wen ld gegeven? Dat het geven aan Gods Zoon aan de wereld, in het gemeen, eenvouwig dit betekene, dat, daar God uit kragt van zijne rechtvaardigheid en waarheid de geheele wereld door de zonde, in haar voong niet ' zoude moeten hebben laten nederzinken, hij nu op d«n 'Zoon zijnes welbehagens ziende, daar door de wereld , zonder krenking van zijne rechtvaardigheid, en waarheid, haar aanzijn doet behouden, en het benodigde in derzei ver onderhouding, daar aan te koste legt, is volgends mijne gedagte onbetwistbaar zeker. Dan, meer bijzonder zal het geven van Gods Zoon aan de wereld, dat is, aan alle redelijke wezens, met zeggen , dat hij in plaatze derzei ven, voor alle hunne zonden en ongerechtigheden, voldaan heeft, zoo dat zij allen hoofd, voor hoofd, voor God als wit papier, als geheel fchoon zijn, dan was eene afgrond onnoodzakelijk om de kwaade'nt'e ftraffen, dan was bet door God zeiven gelegd, welgeordend verband, tusfehen genade en pligt, geheel overbodig Het geven van Gods Zoon , aan alle redelijke wezens zal, bedrieg ik mij niet, hier ter plaatze te kennen geven, dat welbehaagen Gods, dat hij ftelt in het geluk, in het behoud van alle zijne redelijke fchepzelen. Door de zonde toch, waren zij aan alle rampfpoed onderworpen , die God hun , volgens zijne rechtvaardigheid en waarheid, moest doen toekomen. Doch nu — rm, kan hij, door den Zoon zijnes welbehagens , zonder zich zeiven te verloochenen, niet alleen, alle zondige redelijke aardbewooners, in zijne langmoedigheid draagen en het benodigd onderhoud hun dadelijk doen geworden, maar dit geven, zegt ook, een fchenken, een aanbieden, van eenë eeuwige, onverwelkerende zaligheid, zoo als'de volgende vraag duidelijk in zich bevat.

Wat zegt het hier, dat een iegelijk, die in hem gelooft, niet zal verderven, maar het ecuwig leven hebben?'Daar door verfta ik, dat alle en een iegelijk der redelijke wezens, wie hij ook zij, of wezen mag, die den gegeven, die den gefehonken, die den aangeboden Zaligmaker , door het geloove, tot zijnen Borg en Zaligmaker aanneemt, ook eens, in den volftrektften zin dadelijk, zal zalig en gelukkig worden, daar integendeel,

zij *

Sluiten