is toegevoegd aan uw favorieten.

De welmeenende raadgeever.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 228 y

wanneer hij op zoodanige invallende gedachten, of op eenigen levendigen indruk, op zijn gemoed gewerkt, door eenig fterk verbazend of vertroostend gezegde, zich wilde verlaten ? Neen.' onze Godsdienst is redelijk , en gepast voor de natuur van redelijke menfehen. — Laat ons dit zien.

Het is in de eerste plaats zeer goed en prijslijk, dat men op het gebruik van middelen aandringt. — Onmidlijk of zonder middelen toch zal God, die een God van orde is, den mensch, het redelijk fchepzel, niet als een fteen of blok behandelen ; en hem dus alleen lijdelijk behandelen. Neen ! het tegendeel is zeker en uit de natuur der zaken , en uit het voorbeeld van den Bijbel zelven. Want, waar toe toch alle die vermaningen , waarfchuwingen , bedreigingen, opwekkingen, enz. indien God zonder middelen de menfehen opééns wilde volmaken?-;

Zoodanige middelen fchenkt God ook, in de daad," veelen, zeer veelen. Genade - middelen, niet om ons bij hem genade te doen verkrijgen, maar Genade■ middelen, die van hem aan ons uit genade , gunstrijk, gefehonken worden, want God heeft ons eerst liefgehad; de Hemelfche Vader, die de wereld zoo liefgehad heeft, dat bij zijnen eenigen Zoon overgaf, opdat een iegelijk, die in hem gelooft, niet verderve , maar het eeuwig leven hebbe, die Hemelfche Vader trekt en brengt ons met die zelfde eeuwige voorgaande liefde , door deze Genade■ middelen tot zich j die Genade middelen ftrekken, om ons deze genadige liefde van God te leeren kennen, te doen opmerken, tot het geloof in dezelve te beweegen , en tot bekeering, tot verbetering, en volmaking, volgends Gods wil, en tot zijne heerlijkheid, behulpzaam te zijn.

Tot deze hulpmiddelen behooren zekerlijk het hooren en lezen van den Bijbel, het gebed, en andere godsdienftige oefeningen, maar dan zijn er nog meer anderen , die dikwijls niet behoorlijk , of flechts van zeer weinige menfehen worden opgemerkt.

Het hooren en lezen van den Bijbel is een middel het welk Gods genade en gunst ons fchenkt, om onzen

toe;