is toegevoegd aan uw favorieten.

De welmeenende raadgeever.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'( 229 )

het is bij de geduurige herinnering» God heeft de menfchen gelijk gefchaapen.

Hij die noch trots, noch laag met zich zeiven verkeert, is wijsgeer in zijne handelingen, betoont dankbaare hulde aan zijnen Schepper — en is bevoorderaar van zijn eigen waar geluk.

Hij die noch trots, noch laag met zich zei ven verkeert, is wijsgeer in zijne handelingen. Wijsgeer is hij in zijne befchouwing. Keert hij zijne oogeö — bepaalt bij zijne aandacht op de fchoone natuur , en derzelver natuurlijke voortbrengzelfs, het is haare waarde, die hij eerbiedigt. Nimmer fchetst hij zoodanige wezens in zijne verbeelding, welke, in haaren oorfprong en daadelijk aanzijn, eene tegenftrijdigheid in zich bevatten: van hier befchouwt hij den mensch, in deszelfs natuurlijken oorfprong, als mensch. Eene meerdere, eene grootere magt , die nimmer natuur aan dezelven mededeelde, mis. kent hij even zoo fterk, als hij het verlaagde, het verminderend recht, door natuur aan den mensch gefchonken .miskent. Zoo is eene grootheid, eene heerfchappij, die zich de ééne mensch over den an-leren aanmatigt, bij hem, een wanfchapen wangedrogt. Zoo is eene laage, en de natuur in deszelfs waarde te kort doende onderdanigheid, bij hem, eene heiligfchennis der volmaakte orde. tset is bij hem hoogmoed, trotscbheid, wanneer de mensch zich zeiven, als een God der natuur laat eerbiedigen ; maar het is ook bij hem eene natuur - vernederende aanranding, die zich zeiven, of zijnen evenmensch, met welken hij in de natuur gelijk ftaat, niet hooger, niet verhevener rekent, dan het onredelijk lastdraagend vee.

Wijsgeer is hij in de beoefening. Dat recht, dat hij als mensch uit kragt der natuur bezit, ftaat hij ook aan zijns gelijken toe. Die voortbrengzels, die natuur hem, als mensch, tot een daadelijk genot verleende, rekent hij ook het eigendom van zijns gelijken te ziin. Doorwandelt — beplant hij de aarde, doorkruist bij rivieren en zeeën, als een algemeen goed, door natuur aan al het redelijk menschdom gefchonken, hij belemmert niemand om op die zelfde aarde , om op die zelfde rivieren en zeeën, hun natuurlijk beftaan en onderhoud te zoe.

Ff 3 ken»