is toegevoegd aan je favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8p Verklaaring- over Lukas

vers 19. Zy nu vergenoegd, eet en drink, en maak u vrolyk. In Plautus zynen Miles gloriofus aft. III: 1, 83. fpreekt zekere lullige kwant zynen galt met foortgelyxe taaie aan: Es; bibe, animo obfequere, atque onera te b'ilaritudine Doch deeze gaft deedt dit met de daad; daar onze Gierigaart door den dcod belet werdt, aan zyne begeerte te voldoen; en hy dus, gelyk hy zonder vermaak geleefd hadt, zyn leeven met verdriet en angft moeit befluiten.

MM 'Q- Maar Godt fprak tot bem. Naamlyk in zyn hart. Hier door wordt geene eigenlyke aanfpraak van Godt aan deezen Vrek bedoeld, maar Godts rechtvaerdjg raads-befluit. Op deeze wyze verklaaren het LyseRtis en Grotius insgelyks. Maldonatus zal niet ligt navolgers vinden , wanneer hy met yver flaande houdt, dat Godt deezen gierigaart, op eene onmiddelbaare wyze, of, door middel van eenen Engel of Propheet, den dood heeft aangezegd. Men vindt deeze fpreekwyze, Godt fprak in zyn hart, voluit, Gen. VIII: 21. en dezelve wordt door Gerhard dus vertaald: De iis d°crevit apud Jé. Ook heeft de Griekfche Overzetter het wel getroffen, by wien men leeft: "<iri x^i©- '° GiU 2v*»«i>•9-h?. In Salluftiaanfch Latyn zoude het dus luiden: apud animum füttm Jlatuit.

vers 10. Deezen vacht zal men uvoe ziele van u eifeben. Ik hadt dit dus behooren te vertaalcn: in deezen nacht zal uvie ziele van u geèifcbt wordin. Dus hebben het vertaald , en de rede van deeze overzettinge blootgelegd, Grotius, Maldonatus, Gatacker, (de Stylo N. T. cap. 7. p. 44.) Vorstius , (de Hebraismis N. T. cap. 30. p. 132.) als mede D. Rusz. Deeze Hebreeuwfche manier van fpreeken komt beneden, kap. XVI: 9. nog ééns voor, daar ik dezelve goed vertaald heb: op dat gy , wanneer gy Jlerft, in de eeuwige hutten moogt worden opgenomen.

vers 51. En beeft den Rykdomniet, die hem tot Godt kan brengen. De ongewoone fpreekwyze, n^nT^t uf@t\i, heeft de Uitleggeren grootlyks verdeeld. Ik zal de veelvuldige verfchillende gedachten, daarover voorgefteld,

niet