Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34. Verklaaring over Johannes

ftilzwygen voorby. Hunne aanfpraak moet derhalven, ten naaften by, in deeze woorden beftaan hebben; " „ Wy zyn hier gekomen, om u, uit naame van den „ hoogenraad, te vraagen, wat gy voor een Manzyc, „ en van waar gy de macht, om te prediken en te doopen, bekomen hebt. Zeg ons daarom, wie gy zyt. „ Zyt gy miflchien de beloofde Mesfias zelf? " Alle drie de vraagen, dewelke zy hem voorhouden, vooronderftellen , dat het, volgens het begrip van den hoogen raad, thans de tyd was, waar op men den Mesflas, en zyne twee Voorgangers, met recht, verwachten konde.

vers 2 r. Zyt gy Elias ? Dat is, zyt gy de oude Propheet Elias; die van den Hemel moet aïdaalen, om ons de komft van den Mesfias te verkondigen? Deeze vraage moeft Johannes zekerlyk met neen beantwoorden. Voor het overige was hy, buiten twyfel, de tweede Elias, dien Godt Mal. IV: 5. beloofd hadt; dat is, hy was het, van wien, daar ter plaatze, onder den jiaam van Elias, gefproken wordt, gelyk Christus zelf getuigt, Matth. XI: 14. en XVII: 17. Ookfprak de Engel, Luk. I: 17. tot den Vader van Johannes; uw Zoon zal, in den Geeft en de kracht van Elias, voor den Meflias heen gaan. Maar dit antwoord durfde Johannes thans niet geeven, zeggende dat hy wel Elias was, maar niet die Elias, dien zy bedoelden; devvl de Jooden in het vaft begrip ftonden, dat de oude ELiAs weder op aarde zoude komen, en zy dus de betuiging van Johannes niet flechts zouden verworpen, maar hem ook voor eenen bedrieger, en verdraayer der heilige fchriftuure gehouden hebben.

vers 21. Zyt gy de Propheet? zy vraagen niet: zyt gy een Propheet? Maar, zyt gy (i wétTu) de propheet? Wy zien hier duidelyk, dat de leden van den hoogen raad van gedachten'waren, dat'er behalven Elias, noch een andere voorlooper van den Mesfias komen zoude. Vraagt gy, in welke fchriftuurplaatze zy deezen anderen Propheet meenden gevonden te hebben P Het gevoelen van Beza, Chemnitius, Lange, Bengel

Sluiten