Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a INLEIDING.

wordt dus werkelijk vrij. Zijne eerfte zorg is dan, dat zijne wetten, zijne voorrechten, zijne afgevaardigden, zijne ftaats-dieriaaren - in het kort, alle die bij hetzelve eenig ambt bekleeden, een daadelijk kenmerk der vrijheid dragen. — Deze vrijheid befchermt dusdanig een volk, als zijnen oogappel, dien^ het minfte ding* het kleenfte ftojFjè zelfs, of de geringde aanraaking, zou kunnen kwetfen. De vrijheid eindelijk befchouwt het, als eene jonge fchoone,, welke het nog korts gehuwd heeft, en waar omtrent het ten hoogden ijverzugtig is.

Dit denkbeeld had op den geest der Romeinen zo groot"een invloed, dat zo de een of andere van hunne burgeren, hoe groot zijne verdienden ook immer wezen mogten, alleen den fchijn vertoonde, van naaf de opperheerfchappij te ftaan, zij denzelven ter ftond wisten te vernederen, gelijk zij ten aanzien van den grootmoedigen Moelius en Manlius deden. Zo verre bragt zelf die naijver het even gezegde volk, dat zij pok op de blikken, de gebaarden, het uiterlijke ert ganfche voorkomen van hem, dien zij verdagt hielden, naauwkeurig acht gaven. Voor al waren zij zeer opmerkzaam, om te onderzoeken, of zij, die in elkanders nabuurfchap woonden, ook eenige verbindenisfen aangingen, welke op eene waare vrijheidsliefde gegrond waren. En boven al befchouwden zij, als eenen vijand van het Geméenebest, elk eenen, die eenen verachtenden blik , een famengefronsden wenkbraauw, of eenen trotfchen gang vertoonen durfden; waarom de verftandigften zich ook altoos zedig en vriendelijk tragtten te gedragen.

En dat hij zich van dezen aangenomen regel verwijderde , was ook de eenige oorzaak, waarom het Ro~ meinfche volk de verpligting uit het oog verloor, welke Collatinus, een der eerfte grondvesters van de vrijheid, op het zelve gelegd had; ja alleen wijl deze, hun eerfte Burgermeester, in eene pragt, leefde,

wel-

Sluiten