is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 Verklaaring over Johannes

Christus laat deeze verborge taal, die de Jongeren in hunne harten fpreeken, niet onbeantwoord. Neen! zegt hy, gy zult geene weezen blyven. Gy zyt myne Kinderen, texviV , (kap. XIII: 32) en ik blyve uw Vader. Eer de Heilige Geeft, dinn ik u hebbe toegezegd, by en in u komen zal, uwe droeffenis verdryveni en uwe blydfchap volkomen maaken, zal ik zelf noch eens wederom by u komen.

Christus heeft het oog op zyne wederkomft, naa zyne opftandinge, gelyk ons de twee volgende verfen leeren — Deeze trooft was thans noodzaakiyk voor de Jongeren, dewelke by de zwakheid, die hun verftand toen noch hadt, alleen door de zichtbaare tegenwoordigheid van hunnen Meefter konden vertrooft worden. Hy belooft hun eerlang weder te komen, fchryft Gerhard, ut condefcendat ipforum infirmitati, quaa vifihili ipfius pr&fentia pendebant (om hunne zwakheid te gemoec to komen, door welke by hen alles van zyne zichtbaare tegenwoordigheid afhing.) Wy kunnen daarom onze toeftemming aan Glassius (bl. 803 en 1823), Rusz en Lampe, niet geeven, dewelke dachten , dat onze Zaligmaaker hier op zyne toekomftige altoosduurende geeftlyke tegenwoordigheid doelde, op dewelke hy Matth. XXVIII: 20. het oog hadt, toen hy zeide: ik ben by u alle dagen, tot bet einde der waereld.

"EewrUfi zegt Christus, ik kom gewislyk wederom by u. Deeze oniwyfelbaare zekerheid wordt door den tegenwoordigen tyd, in plaatze van den toekomltigen gebruikt, aangeweezen; gelyk wy by vers 3. reeds gezien hebben, alwaar ik teffens heb aangemerkt, dat by onzen Johannes het woord ïex*K dikwils wederkomen betekent; en wel zonder de minfte duifterniffe, nademaal de zaak zelve ons deeze betekenis aan de hand geeft.

vers 19. Het is noch een korte tyd, dan zal de waereld my "niet meer zien; maar gy zult my (weder) zien: want ik zal (zeer zeker wederom) leeven, en gy zult ook (wederom)