Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Euangelium. Hoofdft. XVIII: 15. 353

wel overéén s deeze byzonderbeid met ftilzwygen voor by te gaan. Dus begrypt Grotius het ook. " Dewyl j, Johannes zoo aan/ronds gezegd hadt," ^fchryft hy, ,, dat Jesus eerft na Hannas geleid werdt', heeft hy, „ hoewel ftilzwygende, genoeg te kennen gegeeven , dat hy van daar na Caiphas gebracht is. Dit hebben daarom fommigen, die meenden, dat dit in den text ontbrak, 'er ingevoegd, gelyk wy van Cyrillus ,, leeren, tegen alle handfchriften en overzettingen ,

„ die 'er noch gevonden worden". Millius heeft

„ dit gevoelen insgelyks aangenomen.

Deeze oordeelkundige twift behoort niemand te cr. geren (ƒ). Dezelve is van geen het minft gewicht. Want vooreerft komen 'er in de oude handfchriften van het nieuwe Teftament voorbeelden voor van aantekeningen, door den eenen of anderen leczer, ter ophelderinge, op den rand gefchreeven, die de affchryvers in den text gebracht hebben. De Heer Kancelier Pfaff heeft, in zyn boek, de genuinis N. T. lectionibus, cap* X. §. 1. p. 182 feqq. eenige zoodanige plaatzen byge-

bracht. Ten tweeden wordt te deezer plaatze,

door dit byvoegfel, het verhaal van Johannes niet vervalfcht, maar verklaart, en, het geen Johannes, volgens zyne gewoone kortheid, ftilzwygend hadt te kennen gegeeven, uicdruklyk gezegd. .

vers 15. Maar Simon Petrus volgde Jefus, gelyk ook de andere Jonger. Deeze Jonger was by den Koogenpriester bekend, en ging met Jefus in het paleis van den Hoogenpriefter. Petrus hadt, by de gevangenneeming van Jesus, zoowel als de overige Jongeren, dc vlucht genomen, gelvk Mattheus"kap. XXVI: 56. eh Markus, kap. XIV: 50. getuigen. Hy zoude wel gedaan

heb-

(ƒ) Dewyl ik in rayiie overzetting de woorden, die op vers 23. volgen, met Lutherus "onmiddelyk achter vers 14. gcplaatft hadt, geeven zeker predikant en kapellaan hier over hun misnoegen, in het^ openbaar, zeer nadfuklyk te kennen: Oir was voor zeker geen betaamiyke amptsyvcr, maar een ^^05 öv x»r' swi'yvwrfv,

IV. Deel. Z

Sluiten