Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Euangelium. Hoofdjl. XXI: 13. 5r9

nooten aantrof: waar door ik in myne gedachte noch meer beveftigd ben.

Ten laatften evenwel is 'er my één voorgekomen, die dit wonderwerk van onzen Zaligmaaker wei begreepen heefc. Een man, die anders altoos zyn beft doet, om de eer van onzen Heiland te verminderen, cn hem zelfs van den troone der Godtheid af te ftootcn; te weeten de Sociniaan Schlichting. Dan dewyl wy geene waarheid behooren te verwerpen, om dat zy door ie,mand, die in andere zeer gewichtige ftukken zich als eenen vyand der waarheid betoont, ook beweerd of verdeedigd wordt, heb ik het onredclyk geoordeeld, deezen manne de kennis van deeze waarheid te misgunnen. Deeze Schlichting dan merkt in zynen Commentarius over het Evangelie van Tohannes, by vers 10. wyslykaan, dat Christus niet bevolen heeft, visfehen'by'hem te brengen, met oogmerk, dat dezelve terftond door zyne Jongeren zouden gegeeten worden. „ Want (dus vaart hy voort) die eene vifch, die op „ de kooien lag, was genoeg voor Jesus, om hen te , fpvzen". En by vers 12. fchryft hy, "dat zy met " dien éénen vifch gefpvft zyn, gelyk Jesus tc vooren, „ kap. VI. met twee viffchen en vyf brooden vyf dut-,, zend menfchen voedde". By vers 13. eindelyk tekent hy aan : " Jesus heeft hun zyn eige brood, en zy„ nen eigen vifch voorgezet, en niet, dien zy door hunnen arbeid verkreegen hadden". Hy bewyft ebt wel niet bondig, ook neemt hy de tegenwerping niet weg, die ik §. VIII. beantwoord hebbe. Maar onder, tuffchen heeft hy evenwel dc waarheid gevonden; cn hy wyft ons geenen Uitlegger (n) aan, by wien hy

dezelve

00 Eindelyk Iicb ik evenwel twee Uitleggeren ontmoet, die dit vers goed verftaan hebben; eenen van oude, den anderen van onze rv.len. De eerfte is Chpysostomus , qui (dus fchrvfc Maldonatus) Ckrl/fup ad evn fitem fi»», dUem itfe Ucerct*, ritittgï r:c:;>i.,os putei., (dewelke meent, dat Christus zyne Jongeren alleen op dien vifch, dien hy zelf gefchsapen hadt, gehöodigd heeft.) De tweede is de lieer Abt Bengel * dewelke in zynen Gnomon N. T. by vers 9. het volgende aantekent. Jesu» beeft zyne Jongeren ter maaltyd onthaald, en ze allen met eene

Kk 4 » voof"

Sluiten