is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 Verklaaring van de Handelingen

Echter merk ik aan, dat ook te Rome dikwils een onbekende Godt gediend werdt, wanneer men'naamlyk niet wist, aan welke Godheid men deeze of geene aanmerklyke ltraffe, of deeze of geene groote weldaad, hadt toecefchryven. Ik zal het één en ander door een voorbeeld ophelderen.

Wanneer 'er eene aardbeeving ontftondt, en men niet wist, aan wiens toorn men dezelve hadt toete-' fchryven , bracht men eene offerande aan die onbekende Godtheid , met deeze woorden: Jive Deo Jive Des, (het zy gy .een Godt of eene Godin zyt). Dit getuigt Gelliüs lib. II. cap. '28. Én toen' CrcEUO eens van eene zwaare krankheid geneezen was , geboodt hy (lib. XlV. ad famil. Epift. 7) zyner vrouwe , aan dien Godt, die zyne gezondheid hérfteld hadt, maar dien hy niet wist te noemen, een .dankoffer te brengen. Men hoore zyne eigene woorden: (t) Ita fum levatus, ut mibi deus aliquis medicinam jecisfe videatur: cui quidem Deo tu pie £f cajle fatisfacias. Is dat niet te zeggen, dat zy haare dankbaarheid moet betoonen aan eenen onbekenden Godt.

Veele geleerden hebben hier eenen grooten misflag begaan, waanende, dat dit Altaar te Athenen voor den waaren Godt was opgericht, en dat dit ten minsten onder de geleerden noch bekend was. Van dit gevoelen was Cunjeus, lib. III. de Republica Hebree.

(s) Op het einde van deeze plaatze moet men vyf woorden ultftfyken, als een Glos/erna: gelyk ik in het tweede deel van myné Pacile p. 356 getoond hebbe (*).

(*)Dc wóórden, op welke de Heer He oman doelt, zyn deeze : id est Apollini têf /Efculapio. Paullus Manutius merkte deeze woorden reeds als een onecht byvoegfel aan, op wiens ■ gezag veelen dezelve hebben doorgehaald ; fchoon anderen derzelver echtheid ftaande houden. Men zie de Aantekening op deeze plaatze, Epist. T, II, p. 362 editie-nis Grcevii. Vertaalek.