Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Apostelen. Roof'dfl. XXV: 10, n. 519

hoop, van hem in handen te zullen bekomen, te beneemen.

Ook hebben de meeste Uitleggeren niet opgemerkt, dat Paülos, als een Romeinfch Burger, en uit kracht van dit zyn verheven Burgerrecht, geappelleerd heeft. —-— Dit was een oud recht, en, al vóór de regeering der Keizeren , konde een Rechter iemand, die zich op het Romeinfche Volk beriep, niet op eige gezag ftraffen. Livius maakt, lib. X. cap. 9, van twee wetten 1 gewag, de lex Valeria en lex Porcia genaamd , volgens welke een Rechter eenen Romeiufchen Burger, wanneer hy appelleerde noch aan den lyve noch 'ook aan het leeven mocht ftraffen. Dit recht behielden de Romeinfche Burgers ook onder de Keizeren. Gelyk Pliniüs ook, als Stadhouder in Bithynien, de Christenen, die wegens den Godtsdienst gevangen waren , indien zy het Romeinfch Burgerrecht hadden , en zich op den Keizer beriepen, niet zelf ftrafte , maar na Rome zondt. Quos, fchryft hy , lib. X. epist. 97. quia cives Romani erant , annotavi in urbem remittendos (dewelke ik , om dat zy Romeinfche Burgers waren , heb aangetekend , om ze na de Stad op te zenden).

Over deeze beroeping van den Apostel heeft de Engelfche Godtgeleerde, C. Lamotte, eene opzetlyke Verhandeling (0) gefchreeven , de'wdke in de Hiftory of the worh of the Laerned 1740, Aug. gedrukt is. Dan hy heeft daar in ook gedwaald , dat hy denkt, dat Paulus-zich door dat middel uic handen'van den onrechtvaerdigen Landvoogd heefc zoeken te verloifen. En D. Syrbius, die niet eens bedacht, dat Paulus dit appél, als een Romeinfch Burger, gedaan heeft, heeft in zyne Academifche Verhan. deling, 1731 verdeed igd , de Pauli in urbem Romam

in*

(0) Welker Inhoud men in het zevende deel der SScr/tMge Ju ten £tty. geldjïtcrt Seiturtgcrt/ bl. 281 ena, kan leezen. K k 4

Sluiten