Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Apoftelen. Hoofdft. XXV: 17—22. 525

lus zeide , dat hy wederom leevendig war. MnhftU, «\«/8«aiJ» «■•«?» is eene fpreekwyze, waar van de beste Griekfche Schryveren gebruik maaken; gelyk de Heer Wetstein toont. Kap. XXIV: 22 ftaat: *tt&U.Mvf

mvvvs.

'EnfV1'' dirUi is ook goed Griekfch. Raphelius toont ons deeze uitdrukking in verfcheidene plaatzen van Polybius ; PricjEUs en Wetstein by andere Schryveren.

betekent hier niet bet bygeloof, maar den Godtsdienst. De Landvoogd zal immers den Joodfchen Godtsdienst niet, in tegenwoordigheid van eenen Joodfchen Prince, en eene Joodfche Princesfe, voor bygeloof gefcholden hebben. Ook hebben wy dit woord, kap. XVII: 22 in eene onfchuhi^e betekenisfe ontmoet. Erasmus en Beza hebben het

daarom ten onrechte door fuperfiitio (q), Bygeloof, vertaald.

De Landvoogd fpreekt niet verachtlyk van Jesus, zoo als het aan fommigen is voortrekomen: maar hy fpreekt van hem, als van eenen Manne, die hem onbekend was. Hy hadt, eer hy in het joodfche Land kwam , zich met den Christelyken Godtsdienst niet bekommerd, en dus van Jesus weinig, of niets, gehoord. Hy noemt hem daarom 'UroC» »<»«, zekeren Man, genaamd Jesus.

vers 10, 21, 22. Dan , dewyl ik dien twist niet konde bejlisfen, vroeg ik, of hy na Jerufalem wilde gaan, en aldaar over zich , in deeze zaak, laaten oordeelen. Dan toen Paulus zich beriep, dat by tot 'sKeizers kennisneeming in bewaaring mocht blyven, Het ik bem wede-

(cj) Bengel vertaalde het in zynen Gnomon ook op die wyze, en befloot daaruit, dat de Koning Aghippa toen geen Jood meer was. Hy herhaalt dit by kap XXVI; 8. Dan wie ziet niet, dat de Man hier in gedwaald heeft.

Sluiten