Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

Verklaaring van den Brief aan de

lus hier mede wonderdaadige gaaven van den Heiligea Gcesc bedoeld heeft, van dewelke wy Hand. VIII: 15, en XIX: 6 leezen; en die de bekeerde Romeinen noch niet ontfangen hadden, dewyl 'er noch geen Apostel by hen geweest was.

In het volgende vers verklaart Paulus zich noch duidelyker, te weeten, dat hy van het geloof aan Chris tus fpreekt, waar in hy hen verfterken wilde. Dan hy behandelt hen met ongemeene vriendlykheid, wanneer hy hen als zyne Broederen in Christus befchryft, dewelken zyn geloof, zoo wel als hy hét,hunne, zouden verfterken. Gy zult, zegt hy, door myn, en ik door uw, geloof, getroost, dat is, verblyd, en in het geloof ftandvastig gemaakt worden.

Wy vinden Hand. XXVIII: 14 eene foortgelyke manier van fpreeken, alwaar men myne aantekening nazie. Uit die plaatze, gelyk mede uit 2 Kor. VII: 7 blykt, dat vag*%M^«i hier niet betekent vermaand worden, gelyk Beza het verklaart; maar, gelyk Lutherus en Erasmus het verftonden, getroost worden. Ook heeft Aleerti, Beza wederlegd.

vers 13. Dan ik wil u niet verbergen, lieve Broeders, dat ik dikwils voorgenomen hebbe, tot u te komen (maar tot dus verre ben ik daar in verhinderd geworden) ten einde ik onder u, gelyk onder de andere Volken, vrucht mocht doen. ' Glassius zag, pag. 1252, dat met '<W

<sr»?vit ut* «ve» nauw verbonden was, en befloot daar uit, dat de woorden: maar ik ben tot dus verre verhinderd geworden, op het laatst van dit vers behoorden geleezen te worden. Van dit gevoelen was Beza ook, dien men in de Franfche Overzettinge gevolgd heeft.

» Dan dewyl 'er niet «««, maar *«?, ftaat, en deeze woorden eene tusfehenrede uitmaaken, komt het my war.rfchynlyk voor, dat Paulus, gelyk ik by vers 2 enz. heb aangemerkt, deeze woorden tusfchen in gevoegd

Sluiten