is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring over het Nieuwe Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Romeinfche Cbrijlenen. Heofdft. Vlh 14. 213

roemde Affelman , gelyk ik uit Weiszmans Hist. Eed. T. II, p. «130, en mt Arnolds Kerkl. Gefchiedn.

B. XVII, kap. 6, § 46, zie Joh. Arendt, ia

zyne waare Christendom, B. I, kap. 34 — Pfaff

Injlit. Tbeoh p. 297 Bengel, in zynen Gnomon

Rapheliüs , in zyne aantekeninge op Rom. VII:

15 en 25, uit Hercdotus Steinbarth , Direc-

tor van het Weeshuis te Zullichau, en Leeraar in hec zelve, in eene opzetlyke Verhandeling, aldaar in 1747 uitgegeeven-—Bamgarten, in zyne Verklaaringe. van deezen Brief — Koken, in zyne Uitgaave van den Bybel.

Van dat zelfde gevoelen was ook Arminius , wiens verklaaring door Episcopius, in prxfantium virorum £pistoüs Ecclefia.sticis,p. 286 fqq., breedvoerig verdeedigd

wordt Grotius Clericus, Bibl. anc. £? mod.

T. IV, p. 226 — Joncourt, wiens werk ik reeds heb aangehaald — Placette , in het zevende deel van zvne Zedekunde, bl. 31 — Poiret , in de Oeconomia Divina, lib. V, kap. 9, § 43, en in zyne Opera Posthuma, p. 438 fqq., daar hy Vossius, den Bisfchop Bullus , Pücerus, en Wolfg. Musculus ook, als voorftanderen van die verklaaringe opgeeft, alinsque ■■

vaart hy voort in Gallia (Protestantss') nee paucos,

vee minimos (en veele andere Protestanten in Frankryk en daar onder niet van de minstberoemden.) — Hammond Osterw^lk , over den Oorfpron? van bet

Verderf kap. IV — Richaro Simon, in Hist. Critica Commentatorum , Vet. N. T. p. 502 van de- Hoogd.

vertaalinge Turrettinus , in PrcelecT;. in priora

XI, Capita Epistolce ad Romanos.

Intulfchen hebben alle deeze Uitleggeren noch ééne zwaarigheid onopgelost gelaaten; het geen veele anderen te rugge gehouden heeft, om niet in hun gevoelen overtegaan. Te weeten: hoe kan de Apostel, vers 25, Godt danken voor zyne verlosfinge uit zynen elendigen en zondigen toeftand, en nochtans te gelyk bekennen , dac hy de Wet der zonde noch dient?

P 5 Dee-