Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4° Verklaaring van den Brief aan de

En op eene andere plaatze:

■ , Video meliora, proboque , Deteriora fequor.

vers 21, 22, 23. Zoo vinde ik nu bymy, die ik de wil bebbe om bet goede te doen, de Wet, nademaai bet kvoaade by my is. Want ik beb myne lust aan Godts Wet naar den innerlyken Menfch. Maar ik zie in myne leden eene andere Wet, dewelke Jlrydt tegen de Wet van myn gemoed, en my tot eenen gevangen maakt van de Wet der zonde; die in myne leden is. Paulus herhaalt vers 21 (n), het geen hy vers 18 en 19 gezegd hadt. Door de Wet verftaat hy die der natuure, dewelke in het hart van alle Menfchen gefchreeven is. Wanneer ik deeze gade fla wil de Apostel zeggen —— wordt myne wille bewoogen, zoo dat ik het goede wenfche te doen; dan het kwaade is by my, en heefc zoo veel machts over my, dat ik het goede, des niet tegenftaande, niet doe.

In de twee volgende verfen "verklaart hy zich noch duidelyker. Ik heb myne lust, zegt hy daar, aan de naiuurïvke Wet, en erkenne, dac dezelve eene Godtlyke Wet is; dit erkenne ik naar den inwendigen Menfch.

Door den inwendigen Menfh (0) verftaat hy hetna-

tuur-

(n) Lamb. Bos neemt eene andere fchikkïng der woorden in dit vers aan; het welk geheel onnodig is, en door Wolf mèt recht afgekeurd wordt. In tegendeel dwaalt de laastgenoemde, wanneer hy hier door de Wet, met Beza, de Erfzonde, en door den innerlyken Menfch, met Elsner, den Menfch verftaat, zoo als hy door den Heiligen Geest verlicht en bekeerd is.

(0) Dat men 2 Kor. IV: 16 door den inwendigen Menfch de Ziele door den H. Geest verlicht, te verftaan heeft, is zoo ontwyfelbaar, als het zeker is, dat in ons tegenwoordigTextvers yan onbekeerde Menfchen gefproken wordt. In onbekeerde Menfchen werkt (alleen) de natuurlyke rede1, in bekeerden de H. Geest. Het één en ander is iets inwendigs.

Sluiten